Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Gepubliceerd op 01-01-2021

Q afkortingen

betekenis & definitie

Q. — 1. (oudtijds)__Rom. cijfer = 500

(later D); Q = 500.000;

—2. quantum (hoeveelheid);
—3. quintaal.

q. a. quod attestor, hetgeen ik getuig.

q. (b.) f. f. q. s.quod (bonum) felix, faustumque sit, hetgeen (goed) gelukkig en gezegend moge zijn, (of) God geve daartoe Zijn zegen.

Q. D. B. V. quod Deus bene vertat, hetgeen God ten goede moge keren, (of) God doe het wel gelukken.

q. e. —1. quinta essentia, zie quintessens;

2. quod est, hetwelk betekent.

q. e. d. quod erat demonstrandum, hetgeen bewezen moest worden.

q. e. f. quod erat faciendum, wat gedaan moest worden.

q. f. f. q. s. quod felix, faustumque sit, hetgeen gelukkig en gezegend moge zijn.

Q. G. Quartier general, hoofdkwartier.

q. l. quantum libet, zoveel als men belieft.

q. p(l). quantum placet, de hoeveelheid naar welgevallen.

q. q. qualitate qua, in de hoedanigheid waarin.

q. s. quantum satis of sufficit, zoveel als genoeg is; de vereiste hoeveelheid (op recepten).

qto. — quarto.

quaer.quaeritur, de vraag luidt.

quaest.quaestio, vraag.

quat. — quatertemper, zie aid.

q. v. — 1. quantum vis, zoveel gij wilt (op recepten);

— 2. quod vide, zie dit, sla dit op.

Q

v. (-’s), 1. als teken 17de letter, als klank 14de der medeklinkers van ons alfabet; — 2. de gezamenlijke namen of woorden in een alfabetisch gerangschikt boek, kaartsysteem e.d. die met een q beginnen.

Wat men niet bij Q(u) vindt, zoeke men bij K(w).