Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Gepubliceerd op 01-01-2021

Plechtigheid

betekenis & definitie

v. (...heden),

1. staatsie die bij iets wordt tentoongespreid of waarmee iem. behandeld wordt: de plechtigheid waarmee het huwelijk wordt ingezegend; hij werd met militaire plechtigheid begraven;
2. het plechtige dat iets eigen is, de plechtige en statige indruk die iets maakt: de plechtigheid waarmee het oudejaar verdween; de zwarte lakei achterop, die met onbewegelijke plechtigheid zat rond te kijken (Beets);
3. (concr.I plechtig gebruik, ceremonie: de dag wordt met zekere plechtigheden gevierd;
4. (concr.) plechtige handeling of bijeenkomst waarbij de handeling in alle staatsie geschiedt: godsdienstige, kerkelijke plechtigheden; een, openbare plechtigheid.