Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Gepubliceerd op 01-01-2021

P. p. — 1. pater patriae, vader des vaderlands (op latijnse inscripties en monumenten)

betekenis & definitie

2. Pater Prior, titel van de eerste of voornaamste geestelijke in een klooster;

3. (Lat.) praemissis praemittendis, vooropgesteld, wat billijkerwijze vooropgesteld moet worden, d.i. met behoorlijke titel.

p. p. c. — (Fr.) pour prendre congé, tot afscheid (op visitekaartjes).

p. p. p. — (muz.) piano pianissimo, zeer zacht.

p.p.p.a. per persoon per dag (in opgaven van pensionprijzen).

p. r. — 1. (op brieven) poste restante;

— 2. (op visitekaartjes) pour remercier, om te bedanken.

P.R. — (Lat.) Populus Romanus, het Romeinse volk;

— 2. Politieke Recherche.

pr. of praec. — (Lat.) praecedens, de voorgaande.

praef. — 1. (Lat.) praefatio, voorrede;

— 2. (Lat.) praefectus, stadhouder, prefect.

praes. — (Lat.) praesens, tegenwoordig ; (ook) praesente, in tegenwoordigheid van.

praet. — (Lat.) praeteritum, verleden tijd.

P.R.C. Post Romam conditam, na de stichting van Rome.

Pred. Prediker (Salomo).

pr(e)f. preferent. Pres. president, voorzitter.

prk. — 1. post(giro)rekening ;

2. (in bibliogr. opgaven) perkament.

Proc. procureur. prof. — 1. professor, hoogleraar ;

2. (sport) professional, beroepsspeler.

prop. — 1. proponent (candidaat-predikant);

2. propaedeutisch (examen).

Prot. — 1. Protestants ;

2. protocol.

Prov. St.Provinciale Staten. P.S. postscriptum, nasclirift (onder een brief).

ps. — 1. psalm ;

2. pseudo.

pseud. pseudoniem. p. st.pond sterling. Pt — (scheik.) platina. P. t. — 1. (Lat.) pleno titulo of praemisso titulo, met volledige titel;

2. (Lat.) post trinitatis, na het feest der Heilige Drievuldigheid;
3. (Lat.) pro tempore, ten tijde.

P. T. T.Posterijen, Telegrafie, Telefonie. p. u. c. — (Lat.) post urbem conditam, na de stichting van de stad (Rome) (bij jaartallen).

P.W. — 1. Publieke Werken;

2. Provinciale Waterstaat.