Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Gepubliceerd op 01-01-2021

Opgelegd

betekenis & definitie

bn., bw.,

1. opgelegde meubelen, van without gemaakt en met fineer bedekt; opgelegde vloer, parketvloer ; opgelegd glas, aan één zijde van een gekleurde laag voorzien:
2. de recruten schieten eerst opgelegd, waarbij de geweerloop op de richtbok steunt (in tegenst. met uit de vrije hand);
3. (kaartsp.) dat is opgelegd pandoer, dat kan niet verloren worden, dat moet men winnen (ook fig.);
4. opgelegde schepen, zie Opleggen (5).