Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Gepubliceerd op 01-01-2021

Openbaren

betekenis & definitie

(openbaarde, heeft geopenbaard),

1. vertonen, doen zien; thans alleen oneig.: zij openbaarden geen zweem van toenadering; — (wederk.) (bijb.) zich openbaren; Jezus openbaarde zichzelf aan de discipelen (Joh. 21: 1);
2. (wederk.) waarneembaar worden, zich uiten: er openbaarde zich dikwijls een neiging tot eenzaamheid; er begon zich een zweem van orde te openbaren; de liefde openbaart zich in weldadigheid;
3. aan het licht brengen, bekend of zichtbaar doen worden: zij wilde niet uit eigen beweging openbaren wat haar op het hart lag; — iem. aan zichzelf openbaren, hem zijn ware aard doen kennen; — (van plannen enz.) mededelen, ruchtbaar maken: vrij moeten dadelijk de gehele toeleg opeiibaren; — een geheim openbaren, verraden;
4. (wederk.) aan het licht komen, bekend worden: haar hart had zich door gans haar gelaat geopenbaard; — (van God) zich kenbaar maken: in Christus heeft God zich ten volle geopenbaard;
5. (godg.) bovennatuurlijke waarheden, die de mens met zijn verstand niet heeft kunnen vinden, bekendmaken: God heeft het ons geopenbaard door zijn Geest (1 Cor. 2: 10); de geopenbaarde godsdienst, die berust op goddelijke openbaring.