Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Gepubliceerd op 01-01-2021

Open

betekenis & definitie

bn. bw. (-er, -st),

1. niet gesloten, niet dichtgemaakt, geopend (van het middel dat dient om te sluiten): open deuren en vensters; 's zomers slaapt hij altijd met open ramen; de deur is wagenwijd open;terechtzitting met open deuren, waarbij toehoorders worden toegelaten; — met open vizier strijden; de sluis is open; de brug is open, zodat de schepen er door kunnen; — ook van wat iets omgeeft: hij loopt altijd met open jas; — een open doekje, applaus (bij open doek): vijf minuten later zette hij het eerste open doekje in; — van een ruimte die afgesloten kan worden: die kast vind ik nog al eens open;een open haard, waarvan het vuur zichtbaar is; — een open gaanderij, aan de voorzijde niet gesloten; — open sluizen, niet overwelfd, dus geen duikersluis; — een open haven, rede, naar de zeezijde open en dus niet te best beschut tegen wind en golven; — met open mond luisteren, zeer aandachtig; met open aarde moeten vrij zaaien, bij dooiend weer; de open zee, buiten de banken; buiten de territoriale grenzen; — in de open lucht, in de vrije lucht, niet in huis; — open booglamp, waarbij de lichtboog niet van de buitenlucht is afgesloten; — open kap, kapconstructie die niet door plafond of zolder aan het oog onttrokken is; — het open veld, het vlakke veld; — (bosb.) open grond, grond zonder harde lagen; — (spraakk.) een open lettergreep, waarvan de laatste letter een klinker is; — de jacht is open, de jachttijd is begonnen; — (R.-K.) open tijd, waarin het sluiten van huwelijken geoorloofd is, tgov. besloten tijd;het boek lag open voor hem; de brief is nog open, de enveloppe er omheen is nog niet gesloten; — een open brief, brief die de schrijver richt aan een bep. persoon, doch door middel van de pers openbaar maakt; — open bewaarneming, waarbij de bank niet alleen de stukken bewaart, maar tijdens de duur der bewaarneming ook de belangen van de eigenaar behartigt;
2. toegankelijk voor: mijn huis is te allen tijde voor u open, gij zijt mij altijd welkom; het land lag voor de vijand open, hij kon er gemakkelijk in doordringen; — (fig.) een open oor hebben voor iem., hem zijn aandacht schenken, naar hem luisteren: — toegankelijk voor het publiek: de winkels blijven hier tot tien uur open; het museum is vandaag niet open; — (fig.) bij hem is het altijd open hof, ieder wordt er altijd gastvrij ontvangen;

open tafel houden, een gaarkeuken, een restaurant hebben, (ook) zeer gastvrij zijn jegens iedereen;

3. onbedekt, niet overdekt: een open binnenplaats; met open borst zitten; een open hals, bloot; — in een open rijtuig, waarvan de kap is neergelaten; een open vaartuig, zonder verdek; — alles ligt daar open en bloot, zodat iedereen het zien kan; — open water, open rivieren, niet met ijs bedekt, vrij van ijs; — een open winter, waarin men geen ijs krijgt; — de wond is nog open, er komt nog bloed of etter uit; — een open been, waarin gaten gevallen zijn; — met open kaart spelen, zo dat de tegenpartij in de kaarten kan zien, (fig.) rond voor iets uitkomen, niet draaien, de zuivere waarheid zeggen, niets bedekt houden; — (fig.) een open oog voor het schone hebben, daar zeer gevoelig voor zijn; — iem. met een open oog aanzien, trouwhartig en eerlijk; — iem. met open armen ontvangen; met een open hart, rondborstig en edelmoedig; — een open gelaat, voorkomen, dat vertrouwen wekt; — een open karakter; — open met iem. spreken, openhartig;
4. niet gevuld: een open kuil', een open ruimte', een open plaats in een bos; — een open graf, waarin nog iem. begraven moet worden; — voor open lijf zorgen, voor geregelde stoelgang; — open naden in een vloer;een open vraag, waarop het antwoord nog niet gegeven of te geven is;
5. (gew.) onbepaald, zonder bep. aanleiding: uit een open reden, zonder bepaalde aanleiding, naar een plotselinge opwelling: uit een open reden gaf hij haar een boek; uit een open reden doet hij dat niet; uit een open reden geschieden de dingen het beste, een opgekomen plan moet men dadelijk uitvoeren;
6. (handel) een open rekening, onafgesloten, nog niet verrekend; open posten, nog niet afgedaan; een open krediet, niet tot een bepaalde som beperkt; een open wissel, niet met een bepaald bedrag ingevuld; open charter, vrachtbrief waarbij de naam van het schip niet is ingevuld of waarbij niet is bepaald uit welke goederen de lading zal bestaan; open polis, polis waarin wel een verzekerd bedrag wordt genoemd, doch waarin de waarde der verzekerde voorwerpen niet is uitgedrukt, soort van contractpolis, voor een jaar of korter; open markt, vrije markt, niet door invoerrechten of andere heffingen voor sommigen gesloten; recht van open deur, vrije, onbelemmerde handel, niet door bepalingen of belastingen bemoeilijkt;
7. niet bezet, niet door een ander ingenomen, niet vervuld: deze plaats is nog open; er is geen enkele betrekking voor hem open-, wij kregen onze kamer aan de overzijde der straat; er was niets anders open;
8. met openingen: een open hek; — (bouwk.) open bebouwing, waarbij de percelen van elkander afgescheiden staan; — (waterst.) open paalrij, met tussenruimten; (bouwk.) een open werk, zonder ondergrond, waar men dus doorheen kan zien; — (gymn.) open stand, stand der gymnasten waarbij de voeten enkele voetlengten van elkander zijn; — (breien, haken) een open werkje, een patroon met openingen er in; — open werk, dat van onderen met openingen is (b.v. van goud- of zilverwerken met diamanten bezet).