Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Gepubliceerd op 01-01-2021

Ontvankelijk

betekenis & definitie

bn. (-er, -st),

1. (dicht.) geschikt om te ontvangen: de ontvankelijke akker.

2. (inz., van het gemoed) vatbaar voor indrukken: voor de schoonheden der natuur is hij niet ontvankelijk.

3. (rechtst.) verkerende in zodanige positie dat de gestelde feiten het gevorderde rechtvaardigen, zodat dit, indien die feiten komen vast te staan, kan worden toegewezen: de eiser in zijn vordering ontvankelijk verklaren; de officier van justitie niet ontvankelijk verklaren, bij rechterlijk vonnis, indien ter zake van het ten laste gelegde feit geen recht tot strafvervolging aanwezig is.