Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Gepubliceerd op 01-01-2021

Onmiddellijk

betekenis & definitie

I. bn.,

1. rechtstreeks, direct, niet door iets anders gescheiden of bepaald: de onmiddellijke inwerking der zonnestralen; hij ontving onmiddellijke mededeling van al het verhandelde; onder de onmiddellijke invloed van iem. staan; zijn onmiddellijke superieur.
2. zonder tussenruimte aan iets palend: de onmiddellijke nabijheid van de stad; zijn onmiddellijke omgeving.

II. bw.,

1. zonder tussenruimte, vlak: een gitzwarte slavin ging onmiddellijk achter haar.
2. rechtstreeks: dit volgt onmiddellijk uit het voorafgaande.
3. zonder tijdsruimte er tussen, dadelijk (daarop): hij kreeg een kogel in de borst en was haast onmiddellijk dood; ik kom onmiddellijk; hij vertrok onmiddellijk.