Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Gepubliceerd op 01-01-2021

Omstandigheid

betekenis & definitie

v.,

1. breedvoerigheid, uitvoerigheid: het was niet nodig geweest een zo onbeduidende zaak met zoveel omstandigheid te verhalen;
2. (...heden), iets dat een handeling, voorval of toestand vergezelt of er mede gepaard gaat; een aangelegenheid die in onmiddellijk verband daarmede staat: een of andere omstandigheid kon hen beletten daar te komen; een onverwachte omstandigheid kwam hen redden; het hangt van de omstandigheden af; — een samenloop van omstandigheden; — (rechtst.) verzachtende of verzwarende omstandigheid, een bijzonderheid met een gepleegd misdrijf gepaard gaande, en strekkende om de schuld òf te verzachten òf te verzwaren, ze kleiner of groter te maken: ik wil uw jeugd en onbedrevenheid als verzachtende omstandigheid laten gelden; — gesteldheid van zaken in welke iem. zich bevindt; toestand waarin hij verkeert, zoals die door de loop der gebeurtenissen bepaald is: indien ik wel zal oordelen over een ander, dan moet ik mij in zijn omstandigheden verplaatsen; bijzondere huiselijke omstandigheden beletten hem aan zijn plan gevolg te geven; — naar omstandigheden, de bijzondere toestand in aanmerking genomen: de zieke is naar omstandigheden vrij wel; kraamvrouw en kindje zijn naar omstandigheden redelijk welvarend; —

(in ’t bijz.) met betrekking tot iemands geldelijk vermogen, altijd in ’t mv.: onze omstandigheden laten dat niet toe; in ruime, gunstige, ongunstige, bekrompen omstandigheden leven; — met betrekking tot de toestand van een vrouw die zwanger is of in het kraambed ligt, meest in ’t mv.: mijn vrouwtje durft in haar omstandigheden niet meer uit te gaan; — in gezegende omstandigheden zijn (verkeren); — met betrekking tot handelingen, voorvallen of toestanden; de gesteldheid van zaken, onder welke zij plaats hebben of bestaan, de staat van zaken, zoals die door de loop der gebeurtenissen bepaald is: wat te doen in deze omstandigheden?; in de gegeven omstandigheden; zich de omstandigheden ten nutte maken; het is altijd zaak naar de omstandigheden te oordelen.