(<Fr.), o. (-en),
1. gebouw of ruimte ingericht als en dienende tot bergplaats, bep. voor de waren van een koopman, of winkelier, pakhuis : goederen uit het magazijn halen, in een magazijn opslaan;
2. (lust.) tuighuis, arsenaal: magazijn van oorlog;
3. (in een geweer of pistool) ruimte waarin enige patronen, in een houder vervat, gelijktijdig kunnen worden opgeborgen ;
4. de bewaarplaats der matrijzen in een regel-zetmacliine;
5. voorname, grote winkel: de spiegelruiten der magazijnen;
6. (ouderw.) grote hoeveelheid : daar schuilt een overdiepe zin, een magazijn van lering in (Bild.);
7. eert. gewoon als titel van tijdschriften : Rechtsgeleerd Magazijn; —(nat.)magnetisch magazijn, een aantal magnetische staven, met de gelijknamige polen naast elkaar gelegd en verbonden, ten einde een sterke magneet te vormen.