Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Gepubliceerd op 01-01-2021

Lijst

betekenis & definitie

v. (-en),

1. (bouwk.) (vooruitspringende) rand aan een gebouw, meubel enz.: holle, platte lijst; de lijst om een dakgoot, van een schoorsteen ; — (plantk.) verhevenheid, rug langs de binnenwand der cellen;
2. rand of samenstel van randen van hout of een andere stof in geprofileerde vorm om een schilderij, portret, kaart enz. in te vatten: de lijst van een spiegel, van een schilderij; een vergulde lijst; iets in een lijst zetten;
3. (fig.) kader, omtrek : een feit, een persoon plaatsen in de lijst van zijn tijd, beschouwen in verband met de geaardheid van de tijd waarin het geschiedde, waarin hij leefde;
4. (drukk.) extra schuin aflopende kant van het letterbeeld; talud;
5. reeks van onder elkaar geplaatste namen ; papier waarop zulk een reeks geschreven of gedrukt staat, rol, register: een lijst opmaken; een lijst laten circuleren ; op de lijst plaatsen van, mederekenen onder; — de civiele lijst, het jaarlijks inkomen van de kroon ; — (fig.) een lange lijst van klachten, een grote reeks, zeer veel.