Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Gepubliceerd op 01-01-2021

Kenmerk

betekenis & definitie

o. (-en),

1. merk waaraan men iets kan kennen, kenteken; (bij uitbr.) (zinnelijk) waarneembare gesteldheid in enig opzicht waaraan een zaak of persoon zich doet kennen in zijn aanwezigheid of als behorende tot zekere categorie: de kenmerken der gezondheid; de kenmerken van goed schrijfpapier; de kenmerken van een bewogen levensloop dragen; — (rekenk.) kenmerken van deelbaarheid, gegevens waardoor men zien kan of een getal al of niet deelbaar is door een ander getal; 2. onderscheidende, karakteristieke eigenschap: de kenmerken van onze tijd.