Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Gepubliceerd op 01-01-2021

Job

betekenis & definitie

man uit het land Uz, aan wie onder Gods toelating alles door Satan wordt ontnomen. Job zondigt bij dit alles niet.

Tenslotte wordt hij door God gerechtvaardigd in een onweer. Zijn bezittingen ontvangt hij dubbel terug en zijn vrienden, die hem bestraft hadden, in de overtuiging dat Job kwaad had gedaan, worden in ’t ongelijk gesteld (Job. 1 : 1). Zie ook het Wdb.

< >