m. (-en),
1. ongesneden mannelijk paard: een Arabische hengst; een vurige hengst;
2. (fig.) sterk en vurig man: ’t is een hengst; ook voor: hij is zeer wellustig;
3. (gew.) zalm die naar zee terugkeert;
4. (gew.) waterjuffer of glazenmaker;
5. (gew.) grote hooihark;
6. (gew.) lange grasspriet om een pijp door te steken;
7. groot haard- of vuurijzer;
8. lederen gordel der veentrekkers en baggerwerkers;
9. gemetseld trekkanaal in een kalkoven;
10. (gew.) zuur roggebrood; (zegsw.) zo zuur als een hengst, zeer zuur ;
11. (dievent.) stoot, inz. kopstoot.