Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Gepubliceerd op 01-01-2021

Dekken

betekenis & definitie

(dekte, heeft gedekt),

1. een voorwerp of een laag over iets uitbreiden zodat het daaronder liggende afgesloten, verborgen, of beschut is : een huis met pannen, met stro dekken; tere planten ’s winters met stro dekken ; alleen een sluier dekte haar boezem; de sneeuw dekt de tere plantjes; — de tafel dekken, er een tafellaken over leggen en verder voor ’t maal aanrichten ; bij verkorting ook alleen dekken: de meid heeft al gedekt; er is gedekt; — (spr.) het potje gedekt houden, een bedenkelijke zaak niet verder onderzoeken; — zich dekken, zijn hoed opzetten ; — goed dekkende verf, die hetgeen er onder is geheel onzichtbaar maakt;
2. sluiten op : cirkels die elkaar dekken; fig.: die begrippen, woorden dekken elkander, komen geheel overeen ;
3. verbergen, aan het gezicht of gehoor onttrekken; (fotogr.) een partij op het negatief met verf bedekken, zodat de afdruk licht blijft; — zich gedekt houden, achteraf, verborgen blijven ; oneig.: hou je gedekt, blijf stil en kalm; (boevent.) gedekt smoezen, zacht praten;
4. (krijgsk.) tegen een vijandelijke aanval beschermen: de troepen waren in de rug door een moeras gedekt; — de aftocht dekken, zorgen dat die ongehinderd kan plaats hebben; — (spr.) de vlag dekt de lading, een schip onder onzijdige vlag varend mag niet bemoeilijkt worden, (fig.) een beroemde naam kan ook het minder goede (in een boek b.v.) vrijwaren voor aanmerkingen ;
5. de inkomsten kunnen de uitgaven niet dekken, goedmaken, er tegen opwegen; — een tekort, een verlies dekken, aanvullen, vergoeden; een schuld dekken, eigendommen aanwijzen, waarop die schuld zo nodig verhaald kan worden; — gedekte bankbiljetten, waarvan de waarde in goud aanwezig is; — een beleend effect dekken, een bedrag storten om bij mogelijke koersdaling de houder er van voor verlies te vrijwaren; — de nietigheid van een verzuim dekken, daaraan elke kracht ontnemen; — ik ben gedekt, voor verlies gevrijwaard, (ook) voor mogelijke aanmerkingen; — de deurwaarder is door de advocaat gedekt; — hij zocht zijn vriend te dekken, voor verlies, tegenspoed, aanmerkingen te vrijwaren ; — zich dekken (termijnhandel), kopen ; —
6. van zoogdieren, inz. van hengsten en reuen: het vrouwelijke dier bevruchten, bespringen;
7. (technol.) ruwe suiker reinigen door er een sterke oplossing van zuivere suiker doorheen te laten dringen ; — in ’t alg. : een stof reinigen door er een vloeistof door of over te laten stromen die de ongewenste bestanddelen oplost.