Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Gepubliceerd op 01-01-2021

Commissie

betekenis & definitie

(<Fr.-Lat.), v. (-s, ...siën),

1. last, opdracht door een openbaar gezag verleend; (hist.) overdracht van zeker gezag en het stuk waarin deze vervat is ;
2. boodschap : ik heb nog enige commissies te doen; — een kleine, een grote commissie, een kleine, grote boodschap ; — ook een mooie commissie! dat is ook wat moois !
3. (in de handel) zaak op order en voor rekening van een ander (vgl. commissionnair): iets in commissie kopen, verkopen; geen commissie op zich durven nemen ; boekwerken in commissie hebben, die de boekhandelaar aan de uitgever kan terugzenden; —(zegsw.) als ik lieg, dan lieg ik in commissie, om te kennen te geven dat een mededeling of bewering aan welker waarheid getwijfeld wordt, op gezag van een ander of anderen geschiedt;
4. loon van de commissionnair ;
5. bestelling : commissies opnemen ; — de bestelde goederen: de commissies klaarmaken en verzenden;
6. enige personen aan wie van overheidswege, door een vergadering of een bestuur (uit haar midden) een bepaalde opdracht wordt gegeven: de commissie voor de geloofsbrieven, voor de verzoekschriften ; de commissie van toezicht, van bijstand; de financiële comm issie enz.; vgl. enquête-, examencommissie;
7. enige personen die zich voor een zeker doel verenigen: een commissie uit de burgerij ; een commissie tot het inzamelen van liefdegaven.

< >