Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Gepubliceerd op 01-01-2021

Bolwerk

betekenis & definitie

o. (-en),

1. uitspringend, vijfhoekig gedeelte van een fortificatie-front, bastion, thans nog als naain van begraafplaatsen en wandelplaatsen in gebruik; opgeworpen versterking binnen de stad.
2. paalwerk bestaande uit balken, met gordingen en ijzeren bouten verbonden, ter versterking van een zeedijk dienende; (vroeger spr.) een otter in het bolwerk, er is onraad.
3. stad of streek die ter bescherming van een land strekt; fig.: Nederland was in de 17de eeuw een bolwerk van het Protestantisme; — persoon op wie iem. vast vertrouwt; ook toegepast op onstoffelijke zaken.

< >

Studenten en medewerkers van onderwijsinstellingen hebben gratis toegang.

Ensie voor jouw (onderwijs)instelling? Bekijk de mogelijkheden.

✓ Bedankt! We nemen zo snel mogelijk contact met je op.
Er ging iets mis. Probeer het opnieuw.