o. (-en),
1. uitspringend, vijfhoekig gedeelte van een fortificatie-front, bastion, thans nog als naain van begraafplaatsen en wandelplaatsen in gebruik; opgeworpen versterking binnen de stad.
2. paalwerk bestaande uit balken, met gordingen en ijzeren bouten verbonden, ter versterking van een zeedijk dienende; (vroeger spr.) een otter in het bolwerk, er is onraad.
3. stad of streek die ter bescherming van een land strekt; fig.: Nederland was in de 17de eeuw een bolwerk van het Protestantisme; — persoon op wie iem. vast vertrouwt; ook toegepast op onstoffelijke zaken.