Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Gepubliceerd op 01-01-2021

Bloem

betekenis & definitie

v. (-en),

1. uitgebot deel ener naaktzadigo plant, dat voornamelijk ter voortplanting dient en dat zich veelal onderscheidt door schoonheid van vorm en kleur der (gespecialiseerde) bladen of door een aangename geur; zinnebeeld van vergankelijkheid; — dubbele bloemen, met een groter aantal bloembladen dan het normale; gevulde bloemen, met grotere bloembladen dan gewoonlijk; — eenslachtige bloemen, met enkel meeldraden (mannelijke bloemen) óf met enkel stampers (vrouwelijke bloemen); tweeslachtige bloemen, met meeldraden en stampers; — handel in afgesneden bloemen; — in fig. verband: het is een bloem die in het duister bloeit, zijn goede eigenschappen zijn niet algemeen bekend;
2. plant die bloemen draagt: bloemen in de tuin; de bloemen begieten; — (fig.) de bloemetjes buiten zetten, veel pret maken, dol, uitgelaten zijn;
3. afbeelding ener bloem: de bloemen van het behangsel; — (drukk.) versiering in de vorm van een bloem; ook wel in toepassing op andere figuurtjes;
4. wat in gedaante op een bloem gelijkt: de bloemen staan op de ruiten, de bevroren aanslag van de waterdamp; — verweringslaag op kristallen; — vlammen in gewaterd hout; — (jagerst.) staart van (edel)wild; — (dicht.) blos;
5. wat zich door fraaie of liefelijke gedaante, reinheid of frisheid onderscheidt; een bloem van een meisje; een bloem van achttien jaar; — uitmuntend voortbrengsel; puik, keur: de bloem der jongelingschap; de bloem der natie; de bloemen der dichtkunde; in ’t bijz.: fraaie of opvallende passage, ook iron.: bloempjes in de collegezaal geplukt; — versiersel (van de stijl), vgl. bloemrijk; — de bloem. van iets hebben, het beste gedeelte krijgen, er het eerste bij zijn; — de bloem is er af, het beste is er af;
6. maagdom, ongeschonden reinheid: zij is haar bloempje kwijt;
7. fijn gezift meel;
8. (bij verg.) fijne, meelachtige stof: als de aardappelen gestoomd hebben, komt er bloem op ; — bloem van zwavel, van zink enz., zeer fijn verdeeld en zuiver, door sublimatie verkregen.