Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Gepubliceerd op 01-01-2021

Beten

betekenis & definitie

I (beette, heeft gebeet), (leerl.) laten uitbijten : de huiden in run beten. II (beette, heeft en is gebeet), (Zuidn.) (van vogels enz.) zich ergens neerzetten; op iets beten, er moeite op doen: beten op een moeilijke plaats van een schrijver, om die te begrijpen; op iem. beten, (uit ernst of scherts) hem plagen, kwellen.

< >

Studenten en medewerkers van onderwijsinstellingen hebben gratis toegang.

Ensie voor jouw (onderwijs)instelling? Bekijk de mogelijkheden.

✓ Bedankt! We nemen zo snel mogelijk contact met je op.
Er ging iets mis. Probeer het opnieuw.