I (beette, heeft gebeet), (leerl.) laten uitbijten : de huiden in run beten. II (beette, heeft en is gebeet), (Zuidn.) (van vogels enz.) zich ergens neerzetten; op iets beten, er moeite op doen: beten op een moeilijke plaats van een schrijver, om die te begrijpen; op iem. beten, (uit ernst of scherts) hem plagen, kwellen.
Studenten en medewerkers van onderwijsinstellingen hebben gratis toegang.
Ensie voor jouw (onderwijs)instelling? Bekijk de mogelijkheden.