Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Gepubliceerd op 01-01-2021

Betalen

betekenis & definitie

(betaalde, heeft betaald),

I. overg.,
1. het wegens ontvangen goederen of bewezen diensten verschuldigde aan de rechthebbende of zijn plaatsvervanger toetellen of doen toekomen; een schuld vereffenen: de goederen moeten aan de kassa betaald worden; voor dat boek moest ik vijf gulden betalen ; het is betaald, je hebt het zo maar aan te pakken; een rekening, een schuld betalen ; iem. betalen; de arbeiders werden met bonnetjes, :met (in) zilvergeld betaald ; iets duur betalen; elkander met gesloten beurzen betalen, door verrekening, zonder overdracht van geld; — belonen: de arbeid betalen; — betalende ertsen, die de ontginning lonen; — betalend logé, iem. die bij particulieren kost en onderdak geniet tegen betaling, zonder als kostganger beschouwd te worden; — (fig.) de tol der natuur betalen, sterven; — het gelag betalen; — leergeld, betalen, door schade wijs worden; — met gelijke munt betalen, kwaad met kwaad vergelden ;
2. (fig.) als prijs moeten geven, boeten met: een roekeloosheid met zijn leven betalen, ten gevolge dier roekeloosheid sterven;
3. vergelden: met ondank betalen;

II. onoverg. in de verb.: dat werk betaalt slecht, er is niet veel mee te verdienen.