Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Gepubliceerd op 01-01-2021

Believen

betekenis & definitie

(in de spreekt. BLIEVEN),

I. ww. (beliefde, heeft beliefd),
1. (overg.) gelieven, willen doen; willen hebben: belieft u een kopje thee?
2. (onoverg.) behagen aan: als het God belieft, uitdrukking van onderworpenheid aan Gods wil; — als ’t u belieft, zie Alstublieft; — wat belieft u? wat is er van uw verlangen? (in winkels); beleefde formule om aan te duiden dat men niet goed heeft verstaan of begrepen wat iem. gezegd heeft; (ook) om zijn verbazing over iets te kennen te geven.
3. (iem.) genoegen doen, ter wille zijn: om zijn vrouw te believen.

II. zn. o., welbehagen, wens; goeddunken: hij doet naar zijn believen; dat staat aan uw believen.

< >