Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Gepubliceerd op 01-01-2021

Begraven

betekenis & definitie

(begroef, heeft begraven),

1. van gronden: er graafwerk op verrichten, inz. van sloten voorzien;
2. (milit., vero.) zich begraven, zich ingraven, zich verschansen;
3. onder of in de aarde bergen: begraven schatten;
4. (een dode) ter aarde bestellen: de overledene wordt morgen begraven; ergens begraven liggen, er zijn graf hebben; dood en begraven zijn, al lang dood (en vergeten) zijn; ook fig.; — (bij uitbr.) in een graf delven: iem. levend begraven; (fig.) ergens levend begraven zijn, van alle omgang en verkeer afgesloten; — ik moet vandaag (uit) begraven, een begrafenis bijwonen;
5. (oneig.) bedelven: onder de puinhopen begraven; — (fig.) aan de vergetelheid prijsgeven: laat dit nu begraven zijn; — de kermis begraven, haar uiteinde vieren; — zich in een afgelegen dorp begraven, zich aan alle omgang onttrekken; — zich in een klooster begraven, voor de wereld dood zijn; — zich in, bij zijn boeken begraven, zich met zijn geest er geheel in verdiepen, altijd bij zijn boeken zijn.