Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Gepubliceerd op 01-01-2021

As

betekenis & definitie

v. (assen, in coll. zin en als handelsartikel:

potas, weedas enz.),

1. overschot dat bij de verbranding van organische stoffen overblijft: as van graangewassen bevat altijd kiezelzuur ; as van een sigaar ; —
2. inz. overblijfsel der stoffen die bepaald als brandstoffen in haard, kachel enz. gebezigd worden: kastanjes in de hete as braden ; as en vuilnis ophalen; — (fig.) as is verbrande turf, (Zuidn. verbrand hout), gezegd tot iem. die allerlei onderstellingen uitspreekt in volzinnen die beginnen met als (as) : — zo droog als as, zeer droog ; — ’t vuur smeult onder de as, (fig.) er heerst grote ontevredenheid, die wel tot een uitbarsting (oproer) kan komen ; — (w. g.) (spr.) men moet het vuur onder de as zoeken, niets zonder moeite ; — hout in de as zagen, timmerhout verzagen, zodat het alleen nog als brandhout dienen kan ; — men kan geen vinger in de as steken, of hij zit er met zijn neus bij, men kan niet het geringste doen, of.... ; — ik wil er geen vinger voor in de as steken, ik wil er niet de minste moeite voor doen ; — hij zit tussen twee stoelen in de as, hij weet geen besluit te nemen, van verslagenheid weet hij niets te doen; ook : hij wordt door beide partijen verstoten ; — in zak en as (asse) zitten, in diepe rouw gedompeld zijn, in grote verslagenheid neerzitten; (vaak schertsend gebruikt) we zitten hier in zak en as, want de waterleiding is bevroren ; —
3. overblijfsel van verbrande gebouwen, steden enz. : Trojes rokende as ; een stad in de as leggen, haar verbranden ; — de stad is uit haar as verrezen, is na de brand weer (schoner) opgebouwd ;
4. overblijfsel van een verbrand lijk : de as werd in urnen verzameld ; — (bij uitbreid, in hogere stijl) stoffelijk overschot: iemands as ergens vergaderen, hem aldaar ter aarde bestellen; — nagedachtenis eens afgestorvenen : iemands as bewenen, ontwijden; — zijn asse ruste in vrede! vrede zij zijner asse! zijn stoffelijk overschot (ook zijn nagedachtenis) worde niet ontheiligd.