Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Gepubliceerd op 01-01-2021

Alvorens

betekenis & definitie

I. bw. van tijd, vooraf, eerst: hij ging heen, na alvorens de deur goed gesloten te hebben; — II. ondersch. voegw., voordat, aleer : gij moet u goed voorbereiden, alvorens gij dit gewichtig werk aanvaardt, of: alvorens dit werk te aanvaarden.

< >

Studenten en medewerkers van onderwijsinstellingen hebben gratis toegang.

Ensie voor jouw (onderwijs)instelling? Bekijk de mogelijkheden.

✓ Bedankt! We nemen zo snel mogelijk contact met je op.
Er ging iets mis. Probeer het opnieuw.