Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Gepubliceerd op 01-01-2021

Aftreksel

betekenis & definitie

o. (-s) vloeistof waarin men (inz. plantaardige) stoffen heeft laten trekken en waarin dus de oplosbare geneeskrachtige, voedende, kleurende of andere zelfstandigheden die zij bevatten, zijn opgelost: een aftreksel van lindebloesem en van vlier; — een sterk aftreksel, dat veel opgeloste stof bevat; — een slap aftreksel, met weinig opgeloste stof; — (lig. scherts.) in dit geschrift vind ik het allerfijnste aftreksel van der Arminianen eigengerechtigheid en der Farizeeën hoogmoed, deze zijn er in de zuiverste vorm in te vinden ; — ook : het boekje van A. is slechts een slap aftreksel van het bekende standaardwerk van X., geeft dat werk slechts Hauw weer.

< >