Van Alexander tot Zeus

Door Eric Moormann & Wilfried Uitterhoeve

Gepubliceerd op 08-03-2017

Tomyris

betekenis & definitie

Tomyris was in de 6e eeuw v.C. koningin van de Massageten, een geducht krijgersvolk aan de Kaspische Zee. De grote Kyros had zijn zinnen gezet op onderwerping van dit volk en liet zich raden door Kroisos, die hem een list aan de hand deed. Hij moest een waardeloos deel van zijn leger inzetten en het een overvloed aan spijs en drank meegeven: de Massageten zouden de troepen in de pan hakken en, niet gewend aan luxe en overdaad, zich daarna te goed doen aan hetgeen ze in het legerkamp zouden aantreffen. Aldus geschied-de en Kyros kon de Massageten, die hun roes uitsliepen, moeiteloos doden. Tomyris verloor zo een groot deel van haar krijgsmacht; bovendien werd haar zoon Spargapises krijgsgevangen ge-maakt. De vorstin vorderde haar zoon terug, met de waarschuwing dat zij anders Kyros met bloed zou verzadigen, maar deze ging er niet op in.

Toen Spargapises uit zijn roes ontwaakte, werd hij overmand door schaamte. Hij vroeg Kyros hem van zijn boeien te bevrijden en pleegde terstond zelfmoord. Tomyris trok bij het uitblijven van Kyros’ antwoord ten strijde en kreeg na een lange en verbitterde strijd de overhand. Ze liet op het slagveld het lijk van Kyros opsporen en dompelde, haar aanzegging getrouw, het hoofd van Kyros in een zak met mensenbloed.

Dit verhaal van Herodotos vinden we ook bij Loukianos, Valerius Maximus en Diodoros en is vooral via Valerius Maximus in de middeleeuwen bekend. Boccaccio vertelt het in De mulieribus claris ca. 1361, Christine de Pisan in L’Epistre d’Othéa à Hector ca. 1400. In het Speculum humanae salvationis 1324 (Kyros) komt Tomyris voor in een reeks vrouwen die ieder op eigen wijze vergelding zoeken: Maria verplettert Satan, Judith snijdt Holofernes het hoofd af, de eveneens Bijbelse Jaël doorboort de slapen van Sisara, en Tomyris dompelt het hoofd van Kyros in bloed. Tot in de 17e eeuw bevond zich in de gerechtszaal van het bisschoppelijk paleis van Gent een kopie ca. 1500 (nu in Berlijn) van een verloren gegaan paneel uit ca. 1480 van Campin met deze onthoofding, naar alle waarschijnlijkheid geïnspireerd door het ook in onze streken populaire Speculum. Het werd midden 16e eeuw nageschilderd door Key.

Tomyris komt voorts, zij aan zij met een vijftal Amazonen en met onder anderen Semiramis, voor in 14e-eeuwse dichtwerken, waarin parallel aan de Neuf Preux (Hektor) negen manhaftige vrouwen worden opgevoerd: in het Frans de Neuf Preuses, in het Engels de Nine Worthy Women. Deze traditie gaat terug op dichtwerken van Jehan le Fèvre 1373 en Deschamps ca. 1390 en staat tegenover een ander, vooral in het Duitse taalgebied voorkomend negental bijzondere vrouwen zoals beschreven onder Lucretia. De Neuf Preuses zijn in de 15e en 16e eeuw te vinden op frescoreeksen (bijvoorbeeld in het kasteel La Manta bij Saluzzo in Piemonte ca. 1420-30) en in tapijtreeksen uit Brusselse ateliers, zoals de vijf in het Gardner Museum te Boston uit het tweede kwart van de 16e eeuw. Een zesde tapijt (de dood van Kyros en de wraak van Tomyris) is zoek; het thema is op een tapijt in de Spaanse koninklijke collecties bewaard gebleven.

Uitzonderlijk is Tomyris’ positie los van de context van het Speculum of de Neuf Preuses in een kerkgebouw: Pordenone 1528-31 schildert haar in de koepel van de Madonna di Campagna in Piacenza in gezelschap van vrouwen die op hun wijze kloek of kuis waren: de vredestichtende Sabijnse maagden, Verginia en Chiomara. Deze laatste, echtgenote van de Galliër Orgiago, raakte eens in Romeinse gevangenschap en werd, naar wordt verhaald door onder anderen Valerius Maximus, verkracht door een centurio, die ze later het hoofd liet afsnijden.

In een reeks fresco’s van Andrea del Castagno ca. 1450 uit de Villa Pandolfini te Legnaia (thans in het Uffizi te Florence) flankeert Tomyris met de Sibylle van Cumae de Bijbelse heldin Esther. Uit later tijd zijn er schilderijen van Tomyris met het hoofd van Kyros van Frans Francken ii ca. 1620 en uit het atelier van Rubens 1622-23 naar een tekening van de meester, die bekendheid kreeg door een gravure van Pontius 1630 en aldus ten grondslag ligt aan enkele specimina van volks-kunst, zoals een Amelander hoekkastje en een tafelblad in het Zuiderzeemuseum te Enkhuizen.

In de reeks vrouwen, door Ambrosius Holbein en Schmid ca. 1515 afgebeeld in de ontvangstzaal van het klooster Sankt Georgen in Stein am Rhein, met Verginia, Artemisia ii, Lucretia en mogelijk ook Dido en Kandake (Alexander), is de vrouw die een afgehouwen hoofd in de hand houdt, afwis-selend geïnterpreteerd als Tomyris of – vanwege het ontbreken van een kroon en een zak met bloed – als de Bijbelse Judith met het hoofd van Holofernes. Volgens ons gaat het echter om Orgiago’s vrouw met het hoofd van de centurio.

Opera’s zijn er van Albinoni/Lalli en Keiser/Hoë 1717. In de tragedie Mort de Cyrus van Qui-nault 1659 is Tomyris verliefd op Kyros; als deze haars ondanks vermoord wordt, pleegt ze zelfmoord. Deze liefde vinden we ook in de Kyros-roman 1649-58 van Mademoiselle de Scudéry.