Van Alexander tot Zeus

Door Eric Moormann & Wilfried Uitterhoeve

Gepubliceerd op 08-03-2017

Titus Manlius Torquatus

betekenis & definitie

Titus Manlius Torquatus (4e eeuw v.C.), een veelbelovende jongen, had moeite met spreken en werd daarom door zijn hardvochtige vader op het landgoed van de familie vastgehouden en onttrokken aan het openbare leven. Men sprak daar schande van en de tribuun Marcus Pomponius kondigde aan dat de vader zich voor zijn liefdeloze gedrag zou moeten verantwoorden. De jeugdige Manlius vernam dit, drong met een dolk het huis van de tribuun binnen en dwong hem tot het intrekken van deze beschuldiging aan het adres van zijn vader.

Na dit alom geroemde optreden, beschreven door Livius en Appianos, werd Manlius tot militair tribuun gekozen. Zijn roem nam nog toe toen hij in een slag met de Galliërs aan de Anio in 361 de uitdaging aannam van een reusachtige Galliër die snoefde dat hij onoverwinnelijk was. In het tweegevecht doodde hij zijn tegenstander. Hij dankte zijn bijnaam ‘Torquatus’ aan de torques (halsband), die hij van het lijk van de Galliër had genomen en zichzelf had omgehangen.

In de uitoefening van zijn functies, onder meer van consul, toonde Manlius zich uiterst princi-pieel. Zo liet hij zijn eigen zoon, die zich in een gewapend treffen met de provocerende vijand had begeven zonder daartoe opdracht te hebben gekregen, vanwege deze ongehoorzaamheid executeren ondanks diens zege. Deze blijk van gestrengheid ging vele Romeinen te ver: toen Manlius zegevierend van de veldtocht in Rome terugkeerde, werden hem de gebruikelijke eerbetuigingen onthouden. Later wees hij een censorschap dat hem werd aangeboden, af: hij stelde vast dat het volk zijn gestrengheid evenmin verdroeg als hij de ondeugden van het volk.

Livius voert Manlius Torquatus in zijn gedetailleerde beschrijving van het tweegevecht op als een ware Romein, sober bewapend en beheerst strijdend, tegenover een rijk uitgeruste en woest vechtende barbaar die meer vlees dan geest is. Gellius spreekt over het duel geen oordeel uit, maar vindt de details uiterst wreed.

De terechtstelling van de zoon wordt door Valerius Maximus geplaatst in een reeks voorbeel-den van prijzenswaardige handhaving van de militaire discipline, met voorts een zekere Postumius Tubertus die met zijn zoon hetzelfde handelde na een overwinning, Scipio Maior die het legerkamp liet zuiveren van ongure elementen, en Cincinnatus die een medeconsul tot ontslag dwong omdat deze zich door de vijand had laten insluiten.

De jonge Manlius die opkomt voor zijn vader, past in de exempla van het betuigen en afdwingen van respect jegens de ouders. Valerius Maximus noemt in dit verband nog Coriolanus, die gehoor geeft aan de smeekbeden van zijn moeder, en een Vestaalse maagd, Claudia, die moedig en met suc-ces tussenbeide komt als een tribuun haar vader dreigt af te houden van een triomf die hem toekomt. Cicero prijst, in een betoog in De officiis over de trouw aan een afgelegde eed, de tribuun Pomponius omdat deze zich met de intrekking van de beschuldiging had gehouden aan de toch onder bedreiging met een dolk afgelegde eed.

In de Romeinse literatuur en in latere tijd wor-den bevelen en maatregelen van een draconische gestrengheid wel aangeduid als imperia manliana. Deze uitdrukking is des te meer op haar plaats, omdat zij ook van toepassing is op een andere Titus Manlius Torquatus, die leefde in de 2e eeuw v.C. Volgens Livius had deze een zoon verbannen wegens ongehoorzaamheid, waarna de jongeman zich had verhangen.

In Duitsland en de Lage Landen is Manlius, toonbeeld van gestrengheid en plichtbesef, enkele malen in openbare gebouwen voorgesteld. Zo werd hij geschilderd op de 16-eeuwse façade van het stadhuis in Ulm en door Juvenel ca. 1622 voor het stadhuis van Neurenberg, in een decoratie met voorts het oordeel van Salomo, het Laatste Oordeel, Curtius, Scipio Maior en de dood van Regulus. In de raadzaal te Lüneburg is hij in dezelfde combinatie door Albert van Soest 1568-84 in houtsnijwerk vereeuwigd.

In de begin 15e eeuw gedecoreerde Anticappella van het Palazzo Pubblico te Siena is hij met Decius Mus en Cato Uticensis geplaatst rond-om een personificatie van de fortitudo, kennelijk omdat de drie pal stonden voor het vaderland en zijn instituties. De veroordeling van de zoon, extreem voorbeeld van plichtsbetrachting, is in de latere schilderkunst onder meer te vinden bij Berthélemy 1785.

Bol schilderde in 1661 of 1662 voor de Admiraliteit een schoorsteenstuk (thans in het Rijksmuseum Amsterdam) met de veroordeling van Manlius’ zoon, waaronder ter explicatie dicht-regels van Vondel zijn aangebracht: ‘Gestrenge Manlius gebiedt zijn zoon te rechten, Die tegen ’s vaders last den vijand heeft bestreën. Het baet niet dat de zoon verwinner blijft in ’t vechten. De strenge vader acht geen zoon noch ’s volx gebeën.’ Het is een kennelijke waarschuwing aan de kapiteins om niet op eigen gezag te handelen.

De Manlius-opera’s, waaronder Vivaldi/Noris 1719, hebben overwegend betrekking op de voorgenomen terechtstelling van de zoon, die echter meestal te elfder ure afgelast wordt. In de Nederlandse literatuur kennen we slechts een drama in Franse stijl van Bleecker 1799, Titus Manlius Torquatus of de zegepraal der krijgstucht.