Van Alexander tot Zeus

Door Eric Moormann & Wilfried Uitterhoeve

Gepubliceerd op 08-03-2017

Theseus

betekenis & definitie

Theseus is in de door de mythografen gaandeweg aangebrachte chronologie iets jonger dan Herakles, en na deze de grootste held van de gene-raties die voorafgaan aan die van de Trojaanse oorlog. Hij mag dan zoals Herakles afkomstig zijn van de Peleponnesos, de Atheners hebben zich hem zozeer toegeëigend dat hij geldt als grondlegger van de republiek Athene en van de door Athene geleide federatie van Attische stadstaten. Zijn leven is dan ook niet alleen beschreven door mythografen als Apollodoros, maar ook door de historicus Ploutarchos.

Aigeus, koning van Athene, was kinderloos en ging het orakel van Delphi om raad vragen. Het orakel waarschuwde hem zijn wijnzak niet te openen voordat hij zou zijn teruggekeerd in Athene. Op de terugweg bezocht hij zijn vriend Pittheus, koning van Troizen, en vroeg deze naar de betekenis van de orakelspreuk. Pittheus, die gebukt ging onder de maagdelijkheid van zijn dochter Aithra, verstond deze spreuk als een toespeling op een geslachtsdaad die niet zonder gevolgen zou blijven. Hij voerde Aigeus dronken en deed hem in het bed van Aithra belanden.

Verschillende schrijvers hebben hier een goddelijk element ingevoerd. In diezelfde nacht zou ook Poseidon zich met Aithra hebben verenigd en aldus óók de vader, en wel de goddelijke vader, zijn van Theseus. Hoe dan ook, Aigeus vernam nog voor zijn vertrek naar Athene dat Aithra zwanger was. Hij verrolde een rots, plaatste er zijn zwaard en sandalen onder en rolde de rots weer terug. Hij liet Aithra beloven dat ze als ze een zoon zou baren, de jongen naar Athene zou sturen zodra hij in staat bleek de rots op te tillen en zwaard en sandalen als tekenen van herkenning naar Athene te brengen.

Theseus groeide op aan het hof van Pittheus en toonde al spoedig het karakter en het fysiek van een groot krijger. Zo gaat het verhaal dat hij, 7 jaar oud, als enige van een groep kinderen zich niet angstig toonde toen ze in de eetzaal van Pittheus op het leeuwenvel stuitten van Herakles die daar de maaltijd gebruikte, en dat hij zich integendeel gereedmaakte om het vermeende ondier aan te vallen.

Eenmaal opgegroeid blijkt hij in staat het rotsblok weg te rollen en zwaard en sandalen te bemachtigen. Zijn moeder licht hem in over zijn afkomst en hij maakt zich gereed om naar zijn vader te vertrekken. Hij wil niet de gemakkelijke weg over zee volgen: vervuld van het verlangen om grootse daden te verrichten zoals Herakles besluit hij de gevaarlijke weg langs de kust en via de Isthmos te nemen.

De kustweg had een slechte reputatie: ban-dieten en monsters hadden er vrij spel. Theseus rekent met hen af door hen het lot te doen ondergaan dat ze voor de reizigers in petto hadden. Zo vergaat het Periphetes, die met een enorme bronzen knuppel de reizigers de schedel placht in te slaan. Vervolgens doodt hij Sinis, die reizigers vastbond aan de top van een ter aarde gebogen pijnboom en dan de top loskapte, waarop het slachtoffer werd weggeslingerd (of hij bond de ledematen aan verschillende neergebogen pijnbomen, waarna het slachtoffer aan stukken werd gereten). In Krommyon bevrijdt hij de bevolking van de zeug Phaia, een ondier dat verwoestend door het land gaat. En verderop rekent hij af met Skyron, die op een rots aan zee gezeten passanten dwong zijn voeten te wassen, om hen daarna in zee te trappen. In een worstelwedstrijd – Theseus gaat door voor degene die de techniek van het wor-stelen heeft uitgevonden – verslaat hij Kerkyon, die passanten tot een tweekamp placht uit te dagen om hen dan plat te drukken. En ook Prokrustes, die reizigers op een bed legde en dan door uitrekken of afhakken hun lengte aanpaste aan die van het bed, betaalt hij met gelijke munt.

Hij arriveert dan in Athene, waar Aigeus uit verlangen naar een erfgenaam – hij weet niet dat Aithra hem een zoon heeft gebaard – inmiddels is getrouwd met Medeia, die hem een zoon heeft geschonken, Medos. Theseus wordt na zijn grootse daden als een held binnengehaald, maar houdt zijn identiteit verborgen, die echter door Medeia wordt geraden. Bezorgd om het aan Medos toegedachte erfgenaamschap wekt ze bij Aigeus vrees op voor de geduchte Theseus en samen bereiden ze een gifmoord voor. Vlak voordat Theseus de gifbeker aan zijn lippen zet, herkent Aigeus zijn zoon aan het door Theseus aan tafel als mes gehanteerde zwaard, en weet hij de gifbeker weg te stoten. Vader en zoon omhelzen elkaar en Medeia wordt met haar zoon verbannen.

In de gebruikelijke chronologie is het na deze hereniging van vader en zoon dat Theseus met succes zijn krachten meet met de beruchte stier, die verwoestend rondging in de omgeving van Marathon. Dan volgt Theseus’ bekendste heldendaad: het doden van de Minotauros van Kreta. De machtige koning Minos van Kreta had Athene een smartelijke schatting opgelegd: elk jaar moest Athene zeven jongens en zeven meisjes naar Kreta zenden, waar ze werden opgesloten in het door Daidalos gebouwde Labyrint om er door de Minotauros, een mens met een stierenkop, zoon van Pasiphaë, te worden verslonden. Theseus sluit zich aan bij de in een bepaald jaar te slachtofferen groep. Op Kreta wint hij de liefde van Minos’ dochter Ariadne en met de belofte dat hij haar naar Athene zal voeren en daar met haar zal trouwen, krijgt hij haar hulp. Hij dringt het Labyrint binnen, doodt er de Minotauros en weet met Ariadne en zijn metgezellen van Kreta weg te komen. Op het eiland Dia (of Naxos) schei-den de wegen van Theseus en Ariadne zich.

De terugkeer van Theseus in Athene wordt overschaduwd door een tragisch incident. De af-spraak was dat, indien het schip met de behouden groep zou terugkeren, het een wit zeil zou voeren. Theseus laat na van zeil te wisselen en wanneer Aigeus het zwarte zeil ziet, stort hij zich, een tragische afloop veronderstellend, in de zee, die sinds-dien naar hem de Egeïsche Zee heet.

Over het bewind van Theseus, die zijn vader Aigeus opvolgt als heerser over Athene, wordt gemeld dat hij een aanval van de Amazonen heeft weten af te slaan. De aanleiding blijft enigszins duister. Theseus zou zich hebben aangesloten bij een expeditie van Herakles tegen de Amazonen en ter beloning de Amazone Antiope (die ook wel de naam Hippolyte draagt) als oorlogsbuit hebben verkregen. In een andere traditie zou hij zelf tegen de Amazonen zijn opgetrokken en Antiope hebben ontvoerd, toen deze als afgezante van haar volk voet aan boord van Theseus’ schip had gezet. Gemeld wordt ook dat Antiope op hem verliefd was geworden en dat de Amazonen zich wilden wreken, toen hij Antiope verstootte om in het huwelijk te kunnen treden met Phaidra, een dochter van Minos en Pasiphaë.

Theseus was sinds lang bevriend met Peiri-thoös, de koning van de Lapithen, een vriendschap die dateerde uit de tijd toen ze samen slag leverden tegen de Kentauren. Na het overlijden van Phaidra oppert Peirithoös zich elk een dochter van Zeus als vrouw te verwerven. Ze laten allebei het oog vallen op Helena, de jeugdige zuster van de Spartaanse Dioskouren, Kastor en Polydeukes, en spreken af dat degene die de hand van Helena zal veroveren de ander zal helpen bij de verovering van een andere dochter van Zeus, Persephone, echtgenote van de vorst van het dodenrijk, Hades. Theseus slaagt erin Helena te schaken en Peirithoös houdt hem aan zijn belofte te helpen bij het veroveren van Persephone. Ze dringen binnen in het dodenrijk. Hades lijkt hun verzoek in welwillende overweging te nemen, nodigt hen uit plaats te nemen, maar laat hen aan hun zetels vastkleven, zetels waarin zij in vergetel-heid wegzinken en waarin zij ook hun spraak-vermogen verliezen. Als Herakles later in het dodenrijk afdaalt om zich meester te maken van de hellehond Kerberos, krijgt hij toestemming om Theseus uit deze positie te bevrijden – bij het losscheuren verliest Theseus een deel van zijn achterwerk. Peirithoös is als aanstichter van de goddeloze onderneming evenwel gedoemd om eeuwig aan zijn stoel gekluisterd te blijven.

Bij de terugkeer van Theseus in Athene blijken de Dioskouren er hun zuster Helena te hebben opgespoord en er de macht te hebben gegrepen. Theseus trekt weg uit de stad en zoekt zijn toevlucht bij Lykomedes, koning van het eiland Skyros. Hij komt er roemloos aan zijn einde: na een twist met Lykomedes over een gebiedsdeel waarop hij erfrechtelijke aanspraken laat gelden, wordt hij door Lykomedes van een rots in zee gegooid.

In de antieke literatuur kent de karakterisering van Theseus uiteenlopende schakeringen. In de historiografie is hij de wijze staatsman. In het verhaal rond Hippolytos en Phaidra is hij met zijn overijld reageren slechts werktuig in een tragisch gebeuren. Dankzij zijn heldendaden is hij de Attische tegenhanger van Herakles. In zijn avonturen met Ariadne, Antiope, Helena en Persephone heeft hij soms de trekken van een immorele en trouweloze libertijn en vrouwenjager. In een aan-tal tragedies is hij vooral de personificatie van datgene waarvoor Athene pal staat of naar de mening van de auteur pal zou moeten staan: het bieden van gastvrijheid aan vluchtelingen, het helpen van smekelingen, het nakomen van heilige plichten. Zo ontfermt hij zich in Sophokles’ Oidipous in Kolonos over de door Kreon bedreigde Oidipous en in Euripides’ Herakles over Herakles, nadat deze in zijn waanzin een aantal van zijn familieleden heeft omgebracht. In Euripides’ Smekende vrouwen voert hij zelfs een oorlog tegen Kreon en Thebe om de begrafenis af te dwingen van degenen die bij de mislukte aanval van de Zeven tegen Thebe (Polyneikes & Eteokles) zijn omgekomen. Hij neemt eveneens de uit Korinthe verbannen Medeia op en huwt zelfs met haar.

In de beeldende kunst van de oudheid gaat het allereerst, op vazen vanaf de 7e eeuw v.C., om het Kreta-avontuur: de ontmoeting met Ariadne en het gevecht met de Minotauros – het gevecht dat in de loop van de eeuwen in de uitbeeldingen van Theseus blijft domineren. Vanaf de 6e eeuw komen de andere thema’s op: de roof van Antiope en Helena, de reeks heldendaden op weg naar Athene, het gevecht met de stier van Marathon, de afdaling in het dodenrijk.

Nadat volgens een legende Theseus in de slag van Marathon (490 v.C.) aan de Grieken is versche-nen en hen naar een overwinning op de Perzen heeft geleid, nemen de populariteit van Theseus en daarmee de frequentie van zijn afbeeldingen sterk toe. Zijn heldendaden worden herhaaldelijk afgebeeld op reliëfs: bijv. een fries van het schathuis van de Atheners in Delphi ca. 500 en de metopen van de Hephaistos-tempel te Athene ca. 440. Op een fries van de Nike-tempel op de Akropolis 409-406 is de introductie van Theseus op de Olympos voorgesteld. In de hellenistische en Romeinse kunst, bijv. op wandschilderingen te Pompeii, is Theseus een jeugdige held, drager van de canon van de jeugdig-mannelijke schoonheid. Het Minotauros-motief, gezien als teken van bevrijding van het kwaad of, meer specifiek, van vijandige staten, is ook hier het populairst. In mozaïeken wordt de scène toepasselijk ingebed in een labyrint, dat het grootste deel van een vloer bedekt.

In de postantieke literatuur krijgt Theseus in eerste instantie bekendheid vanwege zijn interventie in de oorlog van de Zeven tegen Thebe, een van de onderwerpen in de Thebais van Statius uit de 1e eeuw n.C., een epos dat in de middel-eeuwen de stof levert voor de Roman de Thèbes en het episch gedicht van Boccaccio Teseida 1340, waarin Theseus de hertog van Athene is, aan wiens hof enkelen van zijn krijgsgevangenen uit de oorlog tegen Thebe verwikkeld raken in een liefdesgeschiedenis. Chaucer put hieruit voor zijn Canterbury Tales ca. 1398 en ook in de Hypnerotomachia Poliphili van Colonna 1499 is plaats voor Theseus en Ariadne.

Vanaf de 16e eeuw herleven in de literatuur- en theatergeschiedenis zijn avonturen met Ariadne, met Phaidra en Hippolytos, met Antiope en met de Minotauros. Te noemen zijn toneelstukken van Heywood ca. 1613, Laserre 1644, Quinault 1675, La Fosse 1700 en Monti 1799. De geschiedenis van Theseus en Antiope/Hippolyte vindt een weerklank in Shakespeares A Midsummer Night’s Dream 1594, waarin het huwelijksfeest van de twee het kader biedt voor een aantal gebeurtenissen. Deze episode is voorts onderwerp van gedichten van Landor 1863 en Heredia 1904. Het stuk van Quinault heeft ten grondslag gelegen aan de libretti voor een aantal opera’s, van o.a. Lully 1675, Händel 1713 en Gossec 1762.

Tot in de 20e eeuw wordt voortgeborduurd op de van oudsher aanwezige verschillende schakeringen in de karakterisering van Theseus. Zo is Theseus in een ‘autobiografie’ van de hand van Gide 1946 een van knellende banden bevrijde, maar niet immorele libertijn, die terugkijkt op zijn leven als held en staatsman. In een toneelstuk van Stefan Schütz, Die Amazonen 1977, wordt de liefde tussen Antiope en Theseus door hem opgeofferd aan de staatsraison. In de 20e eeuw zijn er verder romans van Larbaud 1946 en Mary Renault 1985 en 1962 en een dichtwerk van Kazantzakis 1953.

In de beeldende kunst blijft het Kreta-avontuur domineren, vooral het gevecht met de Minotauros: bijv. Baldini 1468-80, Canova 1782, Füssli 1788 (draad van Ariadne), Moreau ca. 1860 en een serie tekeningen van Picasso 1933. Ook de Amazonen zijn, in navolging van Boccaccio, populair: Carpaccio ca. 1500, Rubens 1617 (met nadruk op Antiope) en Jordaens 1650.

Ten slotte zijn er enkele schilderingen van Theseus die het zwaard vindt waaraan zijn vader Aigeus hem zal herkennen, vooral in de Franse schilderkunst: o.a. La Hyre 1634, Poussin 1636 en Brenet 1769. De herkenning was in 1832 het voorgeschreven thema voor de Prix de Rome, met als prijswinnaar Flandrin. Buiten Frankrijk zijn er schilderijen van o.a. Hoet rond 1700, met als pendant het optillen van de steen (beide Gemeentemuseum Arnhem), en Angelika Kauffmann 1784.

Een grotere of kleinere Theseus-cyclus is te vinden in het werk van Uccello 1460, Cambiaso (fresco’s ca. 1565 in het Palazzo della Meridiana te Genua) en Masson (een reeks surrealistische schilderijen 1938-39). Een opmerkelijke lofprijzing aan het adres van de opdrachtgever is de plafondschildering van Cammarano ca. 1840 in de koninklijke slaapkamer te Caserta: Theseus in een verdiende slaap na het gevecht met de Minotauros. Een beeldengroep van Canova 1805-19 was door Napoleon besteld voor de Corso te Milaan, maar bevindt zich nu in het Kunsthistorisches Museum te Wenen.