Van Alexander tot Zeus

Door Eric Moormann & Wilfried Uitterhoeve

Gepubliceerd op 08-03-2017

Themistokles

betekenis & definitie

Themistokles (ca. 524-459) koesterde volgens zijn biograaf Ploutarchos al in zijn jeugd een onmatig verlangen naar een grote carrière, die hem de eerste van de Atheners zou maken. Hij moest zich als archon 493-92 meten met Aristeides: een politieke rivaliteit die volgens sommige auteurs te herleiden was tot het feit dat zij beiden naar de gunsten van de jongeman Stesilaos dongen.

Zijn politieke doorbraak komt als de Hellenen in 480 ten derde male in oorlog geraken met de Perzen. Themistokles voorziet dat op de Griekse overwinning in 490 bij Marathon een nieuwe krachtmeting zal volgen, en bepleit met succes dat Athene zich in de eerste plaats toelegt op het bouwen van een grote vloot. Een orakel had trouwens gezegd dat de stad zich moest beschermen met ‘houten muren’. Als de Perzen bij Thermo-pylai het verzet van Leonidas hebben gebroken en de bondgenoten aanstalten maken zich terug te trekken op de Peloponnesos om de Perzen vrij spel te laten in Attika, organiseert Themistokles de evacuatie van Athene, dat nu volledig op de vloot is aangewezen. Hij lokt met een vals bericht, namelijk dat de bondgenoten naar hun steden zijn teruggekeerd en Athene er alleen voor staat, de vloot van de opvolger van Dareios, Xerxes, in de zee-engte tussen Attika en Salamis. Hier kunnen de zwaardere Perzische schepen slechts moeizaam manoeuvreren. Xerxes moet vanaf zijn troon op het vasteland toezien hoe zijn vloot een verschrikkelijke nederlaag lijdt tegen de Atheners. Themistokles drijft Xerxes terug naar Azië met een tweede bericht, waarin de Perzen gewaarschuwd worden dat de Hellenen voornemens zijn de door Xerxes over de Hellespont geslagen schipbrug te vernietigen en aldus de terugweg naar Azië af te snijden.

Na deze overwinning toont Themistokles zich onbeheerst in het uitbuiten van de versterkte positie van Athene. Hij koestert het geheime plan de brand te steken in de schepen van de bondgenoten om Athene een volstrekte suprematie te bezorgen. Hij ontvouwt dit aan Aristeides, met wie hij zich heeft verzoend. Deze verklaart in de volksvergadering dat het door Themistokles beoogde, nu geheim te houden plan voor Athene uiterst profijtelijk én uiterst schandelijk zou zijn, waarna de Atheners Themistokles verbieden het hun onbekende plan ten uitvoer te brengen. Themistokles toont zich zozeer bewust van zijn grote verrichtingen dat hij jaloezie en ergernis opwekt en ten slotte in 474 wordt getroffen door het ostra-cisme en in ballingschap moet gaan.

Een zwerftocht voert Themistokles langs het hof van de koning van Molossos, Admetos, die hem bescherming biedt tegen de achtervolgende Atheners en Spartanen. Thoukydides verhaalt hoe Themistokles, om de welwillendheid van Admetos te verkrijgen, op advies van diens vrouw bij zijn smeekbede Admetos’ kind in de armen houdt. Daarna belandt hij aan het hof van Arta-xerxes, de zoon en opvolger van de inmiddels overleden Xerxes (volgens Diodoros komt hij nog bij de laatste). In een zelfbewuste toespraak biedt hij Artaxerxes zijn diensten aan en herinnert hem eraan dat hij de Hellenen heeft afgehouden van een achtervolging van de strijdmacht van Xerxes op hun terugtocht via de Hellespont. Artaxerxes gaat graag op het aanbod in.

Enkele jaren later dreigt een rechtstreekse con-frontatie tussen de Perzen en de Atheners. Themistokles wordt uitgenodigd de leiding van de Perzische strijdmacht op zich te nemen. Thoukydides meldt dat Themistokles volgens een aantal schrijvers de dood zou hebben gezocht, uit vrees dat hij zijn belofte inzake een overwinning op de Atheners niet zou kunnen waarmaken, maar houdt het zelf op een natuurlijke dood, daarin gevolgd door onder anderen Nepos. Sinds een toespeling in De ridders 424 van Aristophanes op het drinken van stierenbloed, wat gold als fataal, heeft het idee postgevat dat Themistokles een einde aan zijn leven heeft gemaakt (en wel door het drinken van dit bloed) om niet opnieuw te hoeven collaboreren; we lezen dat onder meer bij Diodoros en Ploutarchos.

Herodotos geeft geen sympathiek portret van de Atheense admiraal: hij is een geniaal tacticus, die zich veelal laat leiden door persoonlijke motieven, waaronder geldzucht. Zonder op details in te gaan laat de auteur merken dat het na de Perzische oorlogen slecht met hem zal aflopen. Ploutarchos in zijn Themistokles-biografie en Thoukydides prijzen de door vriend en vijand bewonderde politieke en militair-tactische intelligentie van Themistokles. Vanwege de veronderstelde patriottische beweegreden voor de zelfmoord trekt Cicero in verschillende teksten een vergelijking met Coriolanus, die er eveneens te elfder ure van afzag de eigen staatsgemeenschap de genadeslag toe te brengen. De kwestie rond de vlootverbranding bespreekt hij in De officiis in het kader van een overdenking van de spanningsverhouding tussen publiek nut en publieke moraal. Ook Valerius Maximus doet dit, en wel in een reeks voorbeelden van iustitia tegenover de tegenstander, waarin ook Fabricius figureert vanwege zijn wei-gering in te gaan op het aanbod van de lijfarts van Pyrrhos om op deze een gifmoord te plegen.

In de beeldende kunst van de oudheid kennen we uit een beschrijving van Pausanias een reeks schilderingen van veldslagen tussen Athene en de Perzen in de Stoa Poikile (Bonte Zuilenhal) op de Agora van Athene, kort voor 460 v.C., vermoe-delijk door Polygnotos en Mikon. Het zuidfries van de Nike-tempel op de Akropolis van ca. 420 toont wellicht de slag bij Plataiai en is dan de oudste bewaard gebleven historische voorstelling. Pausanias beschrijft voorts een herdenkings-monument, in het midden van de 2e eeuw v.C. opgericht door de koning van Pergamon, Attalos ii: een beeldengroep van de slag bij Marathon werd gecombineerd met heroïsche gevechten als die van de goden tegen de Giganten en Pergamon tegen de Kelten. Van deze figuren zijn enkele be-kend uit kopieën. Een portretherme te Ostia met de inscriptie ‘Themistokles’ lijkt een Romeinse kopie uit de 1e eeuw v.C. van een 5e-eeuws niet-geïdealiseerd portret; het zou een van de vroegste ons bekende Griekse portretten zijn.

In de letterkunde was de Perzische invasie direct na de vrede onderwerp van tragedie en lyriek. Een verloren gegane tragedie van Phrynichos werd gevolgd door De Perzen van Aischylos in 472, de enige bewaard gebleven tragedie uit de 5e eeuw met een historisch thema. De dichter, die zelf had meegevochten, stelt Xerxes voor als iemand die de dwaasheid van zijn expeditie niet heeft ingezien en door hybris (overmoed) is be-vangen. De tragedie geeft geen antipathiek beeld van de vijanden. De opvoering werd bekostigd door Perikles. Timotheos beschrijft de zeeslag bij Salamis in de hymne De Perzen in 410.

Themistokles’ zelfmoord door het drinken van stierenbloed is in het laatste kwart van de 15e eeuw geschilderd door Pinturicchio in de Palazzina della Rovere-Colonna te Rome. Enkele afbeeldingen dateren uit de 18e eeuw, bijv. een schilderij van Lorenzo de’ Ferrari en een fresco van Angeli in de Villa Giovanelli in Noventa Padovana. Wunders plafond in de Audienzzimmer van de Ermitage te Bayreuth ca. 1740 met de ontvangst door Artaxerxes symboliseert de mildheid van een vorst tegenover de vijand. De smeekbede van Themistokles aan Admetos was in 1819 het thema voor de Franse Prix de Rome. De inscheping voor Salamis werd in 1825 door Odevaere geschilderd (stadhuis Sint-Niklaas). In het trappenhuis van het Neues Museum te Berlijn bracht Kaulbach in 1846-63 een fresco aan: Bloeitijd van Griekenland, met Themistokles als hoofdpersoon.

In de muziekgeschiedenis staat hij centraal in een libretto van Metastasio, dat op muziek werd gezet door o.a. Caldara 1736 en Jommelli 1757.

Xerxes staat in het Oude Testament (boek Esther) bekend als koning Ahasverus, die rond 500 op verzoek van de manmoedige Esther de Joden genade verleent; dit thema is in het kader van ons boek niet van belang. Over Xerxes’ hoogmoed handelt de Serse-opera van Cavalli 1654 op een libretto van Minato voor het huwelijk van Lodewijk xiv. Händel/Postel voerden in 1738 Xerxes op in een komische opera. Couperus volgde in zijn roman Xerxes of De hoogmoed 1919 het stuk van Aischylos, terwijl Dèr Mouw in een gedicht in de eerste bundel Brahman 1919 de Perzische koning laat peinzen voor de oversteek over de Hellespont. De trilogie De oude waereld van Querido 1918-21 behandelt opkomst en ondergang van het Perzische rijk; in Zonsondergang wordt de heilloze expeditie van Xerxes beschreven. De door Thomas Mann zeer geprezen novelle Aeschylos bei Salamis van Reisiger 1952 geeft de visie van de tragicus.