Van Alexander tot Zeus

Door Eric Moormann & Wilfried Uitterhoeve

Gepubliceerd op 08-03-2017

Prokne & Philomela

betekenis & definitie

Prokne & Philomela waren de twee dochters van de Atheense koning Pandion en Zeuxippe. Wanneer Pandion in zijn strijd tegen de Thebaanse koning Labdakos de steun van de Thraciër Tereus (een zoon van de oorlogsgod Ares) krijgt, geeft hij hem Prokne tot vrouw. Uit het huwelijk wordt een zoontje geboren, Itys.

Op een gegeven moment verkracht Tereus zijn schoonzuster Philomela, die naar Thracië was gekomen om de eenzaamheid van haar zuster te verlichten. Als Philomela de verkrachting dreigt te openbaren, snijdt hij haar de tong af om haar het spreken onmogelijk te maken. Philomela weeft echter op haar weefgetouw een kleed met een voorstelling van hetgeen haar overkomen is, en stelt aldus Prokne op de hoogte. De zusters wre-ken zich door de kleine Itys te doden, te koken en als maaltijd aan de nietsvermoedende Tereus voor te zetten. Als Tereus achteraf verneemt waaruit zijn maaltijd heeft bestaan, roepen de twee de bescherming van de goden in: ze worden op hun vlucht getransformeerd in vogels, voordat Tereus de hand aan hen kan slaan. In de Griekse literatuur neemt Prokne de gestalte aan van een nachtegaal met de naam Aëdon, Philomela die van een zwaluw genaamd Chelidon; in de Romeinse literatuur is het omgekeerd.

De metamorfose van Philomela in een nach-tegaal leeft voort in het gebruik van de naam Philomela/filomeel als synoniem voor deze zangvogel.

Het verhaal is onderwerp van een op enkele fragmenten na verloren gegane tragedie van Sopho-kles en wordt omstandig verteld door Ovidius. De allusies en navertellingen bij Dante, Chaucer en Gower en, vóór al dezen, in een gedicht van John van Peckham tweede helft 13e eeuw, zijn naar dit verhaal van Ovidius.

In de nieuwe tijd is het onderwerp van toneelstukken van o.a. Correr ca. 1430 en Coster (Ithys 1615), beide naar Ovidius. Vooral in de Engelse literatuur is het verhaal bekend. Shakespeare neemt het verhaal rond 1600 op zowel in zijn Titus Andronicus als in Cymbeline, en daarna wordt het behandeld door tal van Engelse dichters. In de Duitse literatuur zijn er gedichten van o.a. Goethe 1782 en Mörike 1838, in de Italiaanse van Leopardi 1822 en D’Annunzio 1880. Philippe d’Orléans waagde zich persoonlijk aan een Philomela-opera 1694. Engelman schreef voor Andriessen het libretto voor een opera 1948.

Het thema is in de beeldende kunst van de oud-heid slechts hoogstzelden aanwezig. In de nieuwe tijd zijn Prokne en Philomela te zien in een fresco van Del Piombo ca. 1511 in de Villa Farnesina te Rome en in een schilderij van Bougereau 1861; de maaltijd van Tereus komt voor in schilderijen van Hoet eind 17e eeuw en Rubens ca. 1636-38.