Van Alexander tot Zeus

Door Eric Moormann & Wilfried Uitterhoeve

Gepubliceerd op 08-03-2017

Phokion

betekenis & definitie

Phokion (402-318) verwierf zich jarenlang als strateeg roem en prestige in zijn vaderstad Athene, hoewel hij slechts enkele malen militaire acties leidde. Hij heeft reeds een gevorderde leeftijd, wanneer hij rond 355 in de volksvergadering tegenover Demosthenes komt te staan. Hij streeft naar vrede in de conflicten die zijn ontstaan door de politieke en militaire pressie van Philippos van Macedonië, de vader van Alexander, in diens streven naar een verenigd Griekenland onder Macedonische leiding. Demosthenes pleit in zijn beroemde Philippikai krachtig tegen die stroming en weet de Atheners tot militaire acties aan te zetten.

Wanneer de Atheners bij Chaironeia in 338 het onderspit delven tegen de Macedonische troepen onder Alexander, zou deze volgens Plou-tarchos enkel uit respect voor Phokion afgezien hebben van de vernietiging van de stad en haar milde vredesvoorwaarden hebben gesteld. Pogingen om Phokion met geschenken aan Macedonië te binden hadden onder Philippos al tot niets geleid; ook nu blijven zulke pogingen zonder resultaat. Zijn integriteit en eenvoudige levenswandel immers maken de staatsman ongevoelig voor pogingen tot omkoping.

Als Phokion echter aanvaardt dat enkele Atheense vestingen in handen komen van Macedonië, wordt hij door de oorlogsgezinden beschuldigd van verraad. Phokion wordt gevankelijk naar Athene gevoerd en door een woedende volksvergadering veroordeeld tot de gifbeker in de gevangenis. Zonder protest drinkt hij de gifbeker leeg; alleen verwondert hij zich erover dat hij het gif zelf moet betalen: zelfs sterven kan in Athene niet meer voor niets. Zijn lijk wordt buiten de gren-zen van Athene gebracht. Tegen het uitgevaardigde verbod in betuigen een man en een vrouw uit het volk hun respect voor Phokion door het lijk te verbranden en de as met aarde te bedekken. Het leven van Phokion maakte een grote indruk, getuige de biografieën van Nepos en Ploutarchos en de anekdotische vereeuwiging bij Valerius Maximus en Aelianus. Nepos trekt als eerste een vergelijking tussen Sokrates en Phokion: beiden sterven in wijsheid en zonder wrok jegens Athene de gifdood. Ploutarchos werpt in zijn Phokion-biografie het volle licht op de ondankbaarheid van de Atheners jegens Phokion, die op fiere wijze de dood ingaat. Valerius Maximus noemt naast Phokion twee andere voorbeelden van grote Athe-ners die hiervan het slachtoffer werden: Themistokles, die getroffen werd door een ostracisme, en de overwinnaar van Marathon, Miltiades, die in de gevangenis overleed (Kimon).

Op de naam van Phokion zijn enige tientallen apophthegmata ofwel, om een modern begrip te gebruiken, aforismen overgeleverd, die alle getuigen van de stoïsche wijsheid van de politicus. Hij zou leerling zijn geweest van Plato. Op grond van de deels betrouwbare, deels apocriefe uitspraken, die compleet door Ploutarchos zijn overgeleverd en in fragmenten ook elders, wordt hij in de keizer-tijd in de filosofie ingelijfd. Zo noemt keizer Marcus Aurelius hem als voorbeeld van een mens die zich, terecht, niet verzet tegen krenkingen, ja daar zelfs niet op reageert. Zulke gedachten vinden we ook bij Musonius. In Loukianos’ Ware geschiedenissen woont Phokion met onder anderen Lykourgos op het Eiland van de Gelukzaligen in de onderwereld.

Portretten of figuratieve voorstellingen uit de oudheid zijn niet bekend. Ook in later tijd is hij zelden onderwerp in de beeldende kunst. Assereto beeldt tussen 1640 en 1650 uit hoe Phokion de geschenken afwijst die hem door de Macedoniërs worden aangeboden. Poussin schildert in 1648 in twee bijeenbehorende doeken hoe het lichaam van Phokion buiten de stad wordt gebracht en zijn as wordt bedekt. De Belgische schilder Odevaere kreeg in 1804 de Franse Prix de Rome met een Dood van Phokion.

Als onbaatzuchtig mens en stoïsch slachtoffer keert Phokion regelmatig terug in de moraliserende literatuur van de 16e en 17e eeuw, onder meer bij Montaigne. Met name in theoretische vertogen over de staat uit de 18e eeuw neemt hij een voorname plaats in. Hij geldt als de verdediger van een grote staat (i.e. Macedonië en de Griekse stadstaten) tegenover Demosthenes als pleitbezor-ger voor de zelfstandige polis. Zo kan hij als symbool van koninklijke macht worden opgevoerd tegenover de democraat en republikein Demosthenes. Zijn deugden zijn een ander geliefd aspect: zo vinden we hem in de Entretiens de Phocion van abbé de Mably 1763, dat ook veelvuldig werd vertaald. Lyttleton (Dialogues of the Death) 1765 en Clodius 1780 plaatsen hem tegenover Demosthenes. Schlöter vergelijkt in 1787 de hertog van Brunswijk met Phokion: hij is immers, met Wil-lem v, stadhouder van Holland, in 1784 door de revolutionairen uit Holland verjaagd; die handelen dus als de Atheners toen zij Phokion berechtten.