Van Alexander tot Zeus

Door Eric Moormann & Wilfried Uitterhoeve

Gepubliceerd op 08-03-2017

Milon

betekenis & definitie

Milon uit Kroton verwierf onsterfelijke roem als sportman, omdat hij tussen 540 en 516 welhaast onoverwinnelijk was in de Olympische worstelwedstrijden. Over zijn kracht gingen vele verhalen, later opgetekend door Pausanias en Plinius. Hij torste bij wijze van oefening dagelijks een jonge stier op de schouders. Met het doen opzwellen van zijn aderen kon hij een om zijn hoofd gewonden streng darmen laten springen. Niemand was in staat hem van een met olie ingesmeerde en aldus glibberig gemaakte discus te zetten en evenmin kon iemand uit zijn gebalde vuist een granaatappel nemen, die daarbij toch niet werd beschadigd.

Al bij leven werd hij geëerd met een bronzen beeld, dat hij volgens Pausanias zelf naar de Altis in Olympia zou hebben gedragen: hij stond op de discus, droeg om het hoofd de streng darmen en hield de granaatappel in de hand.

Hij kwam aan zijn einde toen hij in een bos bij Kroton op een dorre boom stuitte, waarin wiggen waren geslagen om deze te splijten. Uit nieuwsgierigheid of om op eigen kracht de boom verder te splijten stak hij zijn hand in de spleet, waarop de wiggen losschoten. Hij raakte beklemd en viel volgens Pausanias ten prooi aan wolven, volgens Valerius Maximus aan een leeuw, terwijl Gellius slechts spreekt van wilde dieren.

Simonides van Keos maakte een loflied ter ere van Milons Olympische zeges. Tot verdere literaire werken inspireerde de sportman niet. Het door Pausanias beschreven, maar verloren gegane beeld van de beeldhouwer Dameas behoorde tot de eerste gegoten bronzen van levensgroot of groter formaat. We moeten het ons voorstellen als een kouros: een naakte staande jongeling, in dit geval met genoemde attributen uitgerust. Verder ken-nen we geen antieke voorstellingen.

In de emblematiek van de 16e eeuw is enkele malen te zien hoe Milon de jonge stier op zijn schouders draagt, als lofprijzing van de verwerving van kracht of bekwaamheid door vasthoudende oefening. Een embleem met de aanval door wolven is een waarschuwing tegen zelfoverschatting. In de beeldende kunst van de 17e eeuw is het einde van Milon getekend door o.a. Annibale Carracci en Rosa en geschilderd door o.a. Maffei en Volpato. Populairder nog was Milons dood in de 18e en 19e eeuw. De voorstellingen rond het midden van de 18e eeuw – een marmeren groep van Falconet voor de Salon van 1755 en een van Dumont voor die van 1769, schilderijen van Bachelier 1761 en Challé 1763 – steken in hun heftige verbeelding van dit exemplum doloris scherp af tegen de dan nog overheersende rococostijl. Aanwijsbare inspiratiebron voor een beeldengroep van Dannecker 1777 en een schilderij van Suvée eind 18e eeuw (Groeningemuseum Brugge, een tweede versie in Dublin) is de in die jaren veelbesproken Laokoön-groep. Van invloed op al deze werken was echter vooral de marmeren beeldengroep van Puget 1682, vervaardigd voor het park van Versailles en nu in het Louvre te Parijs. Een andere notie, de confrontatie met dood en vergankelijkheid, wordt tot uitdrukking gebracht in een schilderij van Merimée 1790: jagers treffen bij de fatale boom het gebeente van Milon aan. In 1849 was de dood van Milon voorgeschreven thema voor de Prix de Rome, categorie ‘paysage historique’.