Van Alexander tot Zeus

Door Eric Moormann & Wilfried Uitterhoeve

Gepubliceerd op 08-03-2017

Marcus Atilius Regulus

betekenis & definitie

Marcus Atilius Regulus († 251 of 250) bekleedde in 267 en 256 v.C. de functie van consul. In het laatstgenoemde jaar behaalde hij in Afrika enige overwinningen op de Carthagers. Bij de vredesonderhandelingen stelde hij onaanvaardbare voorwaarden, die Carthago de onafhankelijkheid zouden kosten. In een nieuwe strijd werd hij vernietigend verslagen: deze nederlaag betekende voor de Romeinen de ongelukkige afloop van de Eerste Punische oorlog. Regulus geraakte in Carthaagse gevangenschap, maar de Carthagers lieten hem naar Rome gaan in ruil voor andere Romeinse gevangenen, met zijn belofte dat hij in gevangenschap zou terugkeren, indien zijn missie zou mislukken en er aan de Car-thagers geen andere gevangenen zouden worden gezonden. Het gezantschap leek dus slechts op de uitwisseling van gevangenen betrekking te hebben, al meent Livius dat er ook over vrede zou zijn gesproken. In Rome pleitte Regulus krachtig tegen de ruil, zonder dat hij zelfs maar aan een vredesvoorstel wilde denken, om daarna naar Carthago terug te keren. Daar stierf hij in gevangenschap. Gruwelijke details over die dood wor-den voor het eerst door Cicero verstrekt, met de bedoeling de manmoedigheid van Regulus nog meer glans te verlenen. Hij zou zelfs de marteldood zijn gestorven in een met spijkers doorboorde ton.

De talrijke vermeldingen in de Latijnse bronnen getuigen van de grote populariteit van dit toonbeeld van compromisloze standvastigheid tegenover de Carthagers. Reeds Naevius en Ennius, later Polybios en Livius roemen hem om die reden. Silius Italicus beschrijft het dramatische afscheid van Regulus te Rome. Cicero, die in zijn moraliserende geschriften Regulus vele malen noemt, geeft in De officiis als verklaring voor Regulus’ tegenstand dat het staatsbelang niet gediend zou zijn met het ruilen van een oude man tegen Romeinen in de kracht van hun leven. Inzake de terugkeer naar Carthago prijst hij de onwrikbare trouw aan het gegeven woord. Ook Valerius Maximus ziet hem in het hoofdstuk over plichtsbetrachting als voorbeeld van trouw aan de afgelegde eed, terwijl in het hoofdstuk over wreedheid zijn marteldood wordt opgevoerd. Horatius sluit in een lang gedicht in Boek 3 van de Oden aan bij Cicero’s bezinning op de afweging tussen persoonlijk en nationaal belang en verwijt in dat kader de soldaten uit zijn tijd, dus onder Augustus, dat ze zich zonder verzet door de vijand gevangen laten nemen. In het voetspoor van Cicero prijst Augustinus Atilius Regulus, getrouw als deze is aan de eed die hij heeft gezwo-ren bij de goden, zij het dan valse goden.

Via Florus, Eutropius, Orosius en een anonieme De viris illustribus blijft Regulus’ naam bekend in de middeleeuwen. We vinden hem onder meer bij Otto van Freising en Vincent van Beauvais en in de Flores historiarum van Matthew van Westminster 1235. Hij is steeds een toonbeeld van beheersing en beginselvastheid. Boccaccio in De casibus virorum illustrium ca. 1365 en Lydgate in The Fall of Princes ca. 1435 vervolgen de gedachte-gang van Augustinus.

Atilius Regulus komt niet voor in de beeldende kunst van de oudheid, wel in die van later tijd. Rond 1330 is hij door Simone Martini geschil-derd in een verloren gegane cyclus ‘uomini famosi’ in het Palazzo Pubblico te Siena. In de waarschijn-lijk door Rinaldo Mantovano naar een ontwerp van Giulio Romano 1525-35 gedecoreerde Sala d’Atilio Regolo van het Palazzo del Te te Mantua bevindt Regulus in het vat met spijkers zich naast een personificatie van iustitia (de gerechtigheid in de nakoming van een eed ook tegenover de vijand). De grote Romein wordt in Rome onder meer opgenomen door Ripanda begin 16e eeuw in scènes uit de Punische oorlogen in het Palazzo dei Conservatori. Beccafumi volgt in zijn deco-ratie ca. 1525 van het Palazzo Sergardi te Siena Valerius Maximus door Regulus in de sectie ‘Religione’ te rangschikken. Rosa schildert rond 1652 de marteldood. In de 18e eeuw gaat de voorkeur uit naar het thema van het vertrek van een vastberaden Regulus, omringd door jammerende Romeinse mannen en vooral vrouwen: het werd geschilderd door o.a. West 1769 (zijn eerste op-dracht van de Britse koning George iii), Lépicié 1779, Verhaghen 1788 (Kon. Musea voor Schone Kunsten Brussel) en Pajou 1793, en was het voorgeschreven thema van het concours voor de Prix de Rome 1791. Een gigantisch doek van de Belgische neoclassicist Van Brée uit 1804 ging verloren; de schets van dit werk bevindt zich in de Kon. Musea voor Schone Kunsten te Brussel.

Metastasio, wiens libretti in de opera van de 18e eeuw alomtegenwoordig zijn, schreef in 1740 een tekstboek, dat op muziek is gezet door o.a. Hasse 1750 en Jommelli 1752. Regulus, teruggekeerd in de boezem van zijn familie, gaat gebukt onder zijn smartelijke plicht, maar zwicht niet voor hun aandrang om in Rome te blijven. Uiteindelijk tonen de familieleden en het volk begrip voor zijn keuze en laten ze hem gaan. Een eerdere Regulus-opera is er van Scarlatti 1719. Purcell schreef in 1692 muziek bij een toneelstuk van Crowne uit hetzelfde jaar. De Engelse literatuur kent een korte evocatie in Paradise Regained 1671 van Milton en een Regulus-drama van Havard 1744, de Franse omvat stukken van Pradon 1688 en Arnault 1822, de Duitse een tragedie ten slotte van Bressand 1695 (naar Pradon) en een theaterwerk van Collin, dat in 1802 in première ging onder regie van Goethe.