Van Alexander tot Zeus

Door Eric Moormann & Wilfried Uitterhoeve

Gepubliceerd op 08-03-2017

Mainaden

betekenis & definitie

De Mainaden (‘razende vrouwen’) of Bakchai (Lat. bacchae), waren leden van de thiasos van Dionysos. De vrouwen zijn bezeten van de godheid (enthousiasmos), hetgeen hen aanzet tot geëxalteerde dansen, die voor niet-ingewijden verboden zijn, en het rauw verslinden van wilde dieren. Eigenlijk zijn alle vrouwen die aan de cultus-handelingen deelnemen, als mainaden te beschou-wen. Evenals de Satyrs behoren ze tot het gevolg van Dionysos; ze weren echter hun bentgenoten af. Zij dragen lange gewaden en hebben een pantervel (pardalis) of hertenvel (nebris) over de schouder, terwijl ze een thyrsosstaf en muziek-instrumenten dragen. De oudst bekende zijn de nimfen van Nysa, die Dionysos grootbrengen; later kennen we Agaue, koningin van Thebe, die haar eigen zoon Pentheus verscheurt (Dionysos). Verscheurd werd ook Orpheus, die na de dood van Eurydike vrouwen en dus ook de mainaden uit zijn omgeving weerde.

De eerste uitvoerige beschrijving bevindt zich in de Bakchai van Euripides. Uit dezelfde tijd dateren de voorstellingen in reliëf van Kallimachos (ca. 420 v.C.). Voorheen waren er reliëfs en vazen vanaf 550 v.C. Soms nemen de mainaden deel aan de tocht van Dionysos met Hephaistos naar de Olympos of zien we ze met een satyr, bijv. in een archaïsche terracotta groep uit Satricum bij Rome. De Mainade van Skopas, een sculptuur 340-330, kennen we in de vorm van Romeinse kopieën. In de Romeinse tijd zijn de mainaden ook aanwezig op sarcofagen met Dionysos-voorstellingen. In dat geval heeft men de lijkkisten wel geïnterpreteerd als bestemd voor leden van de mysteriëncultus, hetgeen een uiterst speculatieve theorie is.

Ook in de middeleeuwen zijn mainaden voorgesteld naar antiek voorbeeld, bijv. op een ivoorreliëf uit de 12e eeuw in het Musée de Cluny te Parijs, waar twee zwevende putti een mainade bekransen die door Pan en een satyr geflankeerd wordt. In later tijd zijn ze aanwezig in schilderingen van bacchanalen (Dionysos) en van het doden van Orpheus. Individuele mainaden zijn gebeeldhouwd door o.a. Thorwaldsen 1833 en 1841 en geschilderd door o.a. Savery ca. 1628 en Corot ca. 1855-60 (een mainade op een panter, een aan Dionysos gewijd dier).

In de nieuwe tijd spelen de mainaden uiteraard een rol in dichterlijke evocaties of verklankingen van bacchanalen. Literair werk is er van o.m. Bridges 1885 en D’Annunzio 1880. Hun muzikale optredens gaan veelal gepaard met ballet, bijvoorbeeld in een intermezzo van Spontini 1817 voor een Danaïden-opera van Salieri of in de Faust van Gounod 1869. Het enige muziek-dramatische werk van betekenis waarin zij een hoofdrol spelen, is The Bassarids van Henze 1966 naar het stuk van Euripides.