Van Alexander tot Zeus

Door Eric Moormann & Wilfried Uitterhoeve

Gepubliceerd op 08-03-2017

Homeros

betekenis & definitie

Homeros, de eerste én grootste Griekse dichter, is een bijna mythische persoonlijkheid wiens leven en werken in raadselen gehuld zijn. Zijn levensdata zijn onbekend en zijn Ilias en Odyssee worden tussen de 9e en 7e eeuw v.C. gedateerd. Hij moet ergens op de kust van Ionië of een van de eilanden voor de westkust van Klein-Azië zijn geboren. Van de zeven plaatsen die claimen de geboorteplaats te zijn, is Smyrna, het huidige Izmir, de bekendste. Volgens de in de hellenistische en keizertijd geschreven biografieën was hij eerst slaaf of gijzelaar (wat ook de betekenis van zijn naam zou zijn) en werd hij op oudere leeftijd blind (in het Ionische dialect zou de naam ‘blind’ betekenen). Volgens Proklos is hij daarentegen nooit blind geweest. Eén biografie suggereert dat hij na het zien van een voorstelling van Helena met blindheid werd geslagen, waarbij Plato in de Phaidros zelfs aantekent dat hij met een ‘Tegenzang’ deze slag had kunnen voorkomen. De anekdotes die in deze schetsen worden verteld, moeten de wijsheid en geestelijke helderziendheid van de dichter onderstrepen. Zijn einde is overigens tragisch. Een paar vissers op het eiland Ios vroegen hem eens een raadsel op te lossen: wat je gevangen hebt, ben je kwijt, wat je mist, heb je nog. De oplossing – vlooien of luizen – wist Homeros niet te vinden en hij stierf van ellende, omdat hij er niet uit kon komen.

Homeros geldt als de schepper van de Ilias en de Odyssee. Ook zijn enkele zgn. homerische hymnen (6e-3e eeuw) en kleinere gedichten als de Batrachomyomachia (Oorlog tussen muizen en kikkers) vroeger aan hem toegeschreven. De duizenden dichtregels zijn in een vaste versmaat geschreven en vormen het hoogtepunt van de traditie van rondtrekkende zangers (rapsoden), die meestal uit het hoofd mythen en sagen voordroegen aan de hoven van koningen en aristocraten. Wanneer de teksten precies zijn opgeschreven, is niet duidelijk. De Atheense tiran Peisistratos liet rond 550 v.C. een officiële versie te boek stellen en in de beroemde bibliotheek van Alexandrië deelden de geleerden beide werken in twee keer 24 boeken (de letters van het Griekse alfabet) in.

In de Griekse wereld gold Homeros vanaf het begin onbetwist als de grootste schrijver. Zijn werk bezat een enorme autoriteit die pas in de Latijnse wereld zou worden gelijkgesteld met of zelfs secundair geacht aan dat van Vergilius. Overal werd aan de inhoud gerefereerd en vormden de vertellingen over de Trojaanse oorlog (o.a. Achilleus, Aeneas, Hektor, Helena, Paris) en Odysseus het uitgangspunt voor literaire bewerkingen in de vorm van tragedies, prozawerken en gedichten. Ook de versvorm en het taal-eigen van de archaïsche dichter werden soms geïmiteerd, bijvoorbeeld in hellenistische epen van Apollonios van Rhodos over Iason (Argonautika) en van Lykophron over Kassandra (Alexandra).

Alexander de Grote droeg zijn werken altijd bij zich en zou de geschriften in het graf van Achilleus in Troje hebben gelegd.

Vanaf de late 18e eeuw speelde zich een ware Historikerstreit af met betrekking tot het historische gehalte van Homeros’ werk. Calvert komt de eer toe Hissarlik op de noordwestkust van Turkije rond 1850 te hebben geïdentificeerd als het antieke Troje. Schliemann zou er door zijn grootscheepse opgravingen beroemd mee worden. Tot op de dag van vandaag wordt hier archeologisch onderzoek verricht. In de hellenistische en Romeinse tijd is de heuvel blijkens inscripties in-derdaad als het antieke Troje of Ilion beschouwd, maar nu geldt de opgraving veelal als een plaats die laat zien hoe het mythische Troje er kan heb-ben uitgezien rond 1300 v.C.

In de beeldende kunst van de oudheid zijn er Homeros-portretten vanaf ongeveer 460 v.C. in verschillende versies. Steeds is Homeros oud en eerbiedwaardig, getooid met een lange baard en lang haar, de ogen gesloten of duidelijk als blind herkenbaar, al lijkt het soms dat de blik onder de gefronste wenkbrauwen opwaarts gericht is, naar de hemel waar de inspiratie vandaan moet komen. De nu bekende koppen (o.a. München, Napels, Rome) behoorden tot beelden ten helen lijve. Een apotheose valt Homeros ten deel op een reliëf van Archelaos van Priëne (2e eeuw v.C., nu British Museum in Londen), dat al in de 16e eeuw in de omgeving van Rome was gevonden. De Muzen betuigen, samen met Apollo, eer aan de dichtervorst, gezeten op een troon en geflankeerd door Oikoumene en Chronos en personificaties van Ilias en Odyssee. Het verhaal van het fatale raadsel is bekend van een hellenistisch epigram, dat is gereproduceerd op een wandschildering in het Huis van de Epigrammen te Pompeii (1e eeuw v.C.). In de bibliotheek van Pantainos in Athene stond een standbeeld geflankeerd door marmeren vrouwenfiguren uit Ilias en Odyssee.

In de middeleeuwen werd Homeros slechts via Latijnse bewerkingen van zijn werk in West-Europa bekend (zie Hektor); soms werd hij in handschriften afgebeeld. Enige Griekse exem-plaren bleven bekend, maar konden niet gelezen worden: Petrarca bijvoorbeeld betreurde het dat hij het Grieks niet machtig was. Niettemin stond hij naast Vergilius hoog aangeschreven dankzij de lof in de populaire Saturnalia van Macrobius (5e eeuw; vele handschriften). Hij figureert in Dantes Divina Commedia ca. 1315, bij Poliziano en Pontano. Dante geeft Homeros een zwaard als attribuut ten teken van zijn gedicht over de Trojaanse oorlog. Toen na de val van Constantinopel in 1453 Grieks in het Westen toegankelijker werd en er uitgaven van Ilias en Odyssee werden gedrukt, kon men Homeros direct lezen. Voor de renaissancelezers gold hij als tweede dichter in rang na Vergilius: de laatste is beschaafder, Homeros ruwer. In de 18e eeuw sloeg de balans om ten gunste van Homeros, toen hij door Diderot, Winckelmann en anderen als symbool van de zuivere eenvoud van de Grieken werd beschouwd. Baanbrekend onderzoek van Friedrich August Wolff in Göttingen rond 1800 zorgde voor een groeiende populariteit in de 19e eeuw.

In de kunst wordt Homeros een vaste figuur in de aankleding van bibliotheken en studeervertrekken. Montaigne noemt hem als een van de in zijn Studiolo geschilderde dichters en het oudst bewaarde voorbeeld is een portret van Justus van Gent voor de Studiolo van Federico de Monte-feltro in Urbino ca. 1476. Bibliotheken met Homeros zijn er in Trinity College, Cambridge (Wren 1676-86), Wolfenbüttel, Sans Souci in Potsdam en de abdij van Admont. Ook op voorstellingen van de Parnassos komt de dichter voor, bijvoorbeeld in de Stanza della Segnatura van Rafaël in het Vaticaan 1510-11, waar hij er gekweld als Laokoön uitziet en in het gezelschap verkeert van onder meer Apollo en de Muzen, Sappho, Vergilius en Dante. Andere Parnassoi zijn er van Poussin 1625 of 1631-32 en de broers Caliari in Murano. In Palazzo Pitti in Florence beeldde Manozzi 1635-36 uit hoe de Muzen en dichters als Homeros door de Hunnen van de Parnassos worden verjaagd. Op andere schilderijen in deze zaal worden westerse boeken door de islam vernietigd, maar komt alles goed door toedoen van de Medici’s, opdrachtgevers van het ensemble. Abel 1807 laat Homeros de beroemde dichter Klopstock welkom heten. Ingres herneemt het thema van de apotheose verschillende keren (1827 voor de Salle Clarac in het Louvre; 1864-65), steeds met de toevoeging van antieke en moderne figuren als Vergilius, Dante, Poussin, Shakespeare en Mozart. Een versie met grandeur is die van Delacroix in de Rotonde van Palais du Luxembourg in Parijs 1842-46. In de Opéra Garnier te Parijs geldt Homeros als een van de grondleggers van de beschaving in fresco’s van Baudry ca. 1875, wat ook het geval is in het hoofdgebouw van de jonge Universiteit van Athene door Lebiedski 1888 (schetsen Rahl 1861). Het Albert Memorial in Londen eert de jonggestorven prins-gemaal van koningin Victoria met een Parnassos van Scott 1863-76; op een van de friezen, onder de voeten van de prins, staan onder anderen Vergilius, Dante, Petrarca en Shakespeare broederlijk naast Homeros, terwijl Homeros ook op een van de mozaïeken in het monument voorkomt als pendant van de Bijbelse harpspeler David.

Verhalende uitbeeldingen hebben betrekking op enkele in de vitae vastgelegde verhalen. De zogeheten Homeros dicteert van Rembrandt (1661-63 Mauritshuis Den Haag) stelt de dichter als leraar voor, hetgeen ook is verbeeld op een schilderij van De Gelder 1700-10. Het zou gaan om kinderen in een door Homeros op Chios opgerichte school. Als zingende leraar schilderde hem Mola een paar keer 1663. Een schets van David 1793-96 leidde nooit tot het geplande grote schilderij met dit thema. Carstens en Thorwaldsen plaatsen de zingende dichter in een schare van bewonderaars ca. 1800 als zinnebeeld van de vrijheid. Hetzelfde zien we liefst vijf keer bij Saint-Ours 1793 en later bij Jourdy 1834 tegen de achtergrond van Athene. Een gedicht van Chenier ca. 1790 inspireerde Franse schilders in het mid-den van de 19e eeuw, zoals Corot 1845 en Bou-guereau ca. 1875. Enkele beelden en schilderijen tonen hoe Homeros door zijn leerling Glaukos wordt bevrijd van een agressieve hond: Granger 1807, Clodion 1809. Na de goede afloop zit Homeros thuis bij deze herder op een schilderij van Minardi 1810. Het leraarschap is ook te zien op grote doeken van Puvis de Chavannes 1863 in het museum van Amiens en op een wandschildering van Kaulbach 1859-66 in het Neues Museum in Berlijn.

Homeros kan in bustevorm, ten teken van inspiratie, voorkomen op portretten, te beginnen met Rembrandts fictieve beeltenis van Aristoteles met de buste van Homeros 1653. Zulke portret-ten zijn er van Winckelmann – oudheidkundige en groot bewonderaar van Homeros – door Mengs 1761 en Maron 1767-68 en van Schiller door Simanowiz 1793. Zelfs het lezen van Homeros wordt een enkele keer verbeeld, bijvoorbeeld op een Griekse drinkschaal van Douris 485 v.C. in Berlijn en een schilderij van Alma Tadema 1885 in Philadelphia.