Van Alexander tot Zeus

Door Eric Moormann & Wilfried Uitterhoeve

Gepubliceerd op 08-03-2017

Ganymedes

betekenis & definitie

Ganymedes was de zoon van de stichter van Troje, Tros, en Kallirhoë; herder van het vee van zijn vader. De goden, in het bijzonder Zeus, lieten, aldus Homeros in de Ilias, hun oog vallen op deze jongeling, de mooiste ter wereld, en lieten hem van de aarde opstijgen door een wervelwind of een adelaar om op de Olympos als wijnschenker te dienen. Hermes krijgt de opdracht de bedroefde Tros te verwittigen van de eer die Ganymedes ten deel is gevallen en geschenken te brengen: twee goddelijke merries voor de koninklijke renstal van Troje en een door Hephaistos gesmede gouden wijnrank.

Vanaf de homerische hymne voor Aphrodite ca. 600 v.C. krijgt het verhaal rond Ganymedes een expliciet homo-erotische strekking, doordat alleen Zeus een oogje op hem heeft laten vallen, en in de 4e eeuw wordt toegevoegd dat deze in de gestalte van een adelaar – of een adelaar in zijn opdracht – de jongen is gaan halen. Dit gegeven kennen we aanvankelijk alleen uit de beeldende kunst, maar het zal zeker in de poëzie zijn verdicht. Loukianos voert Ganymedes in zijn Goden-gesprekken veelvuldig op als bedgenoot van Zeus. De soms door de Romeinen gebruikte benaming Catamitus leeft in het Engels voort als ‘catamite’: schand- of lustknaap.

In de archaïsche kunst wordt Ganymedes afge-beeld als wijnschenker of lieveling van Zeus. Een terracotta groep in Olympia ca. 480-470 laat zien hoe Zeus de jongen met zijn rechterarm van de grond heeft getild, terwijl hij krachtig voorwaarts schrijdt; in zijn linkerhand draagt hij een stok en Ganymedes heeft een zojuist ten geschenke gekregen haan in zijn hand. Ook op zwart- en roodfigurige vazen is Ganymedes met of zonder geschenk voorgesteld, dan wel met Phrygische muts, wijnbeker, herdershond of herdersfluit, ontvoerd door of in gezelschap van een adelaar. Leochares beeldt ca. 330 de roof door de adelaar uit in een beeldhouwwerk, onder meer bekend door een Romeinse kopie in het Vaticaan. Een grote marmeren groep van de adelaar met de her-der in zijn klauwen naar een ander hellenistisch voorbeeld bevond zich boven de ingang van een als feestzaal gebruikte grot in Sperlonga en dateert van rond het begin van onze jaartelling.

In de middeleeuwse Ovide moralisé en in de Genealogia Deorum van Boccaccio is Ganymedes een prefiguratie van Johannes de Evangelist, de geliefde apostel van Jezus. Renaissancehumanisten zagen in het omhoogvoeren van Ganymedes een allegorie van het opstijgen van de ziel van de onschuldige naar God. In een gedicht van Goethe uit 1774 (getoonzet door Schubert 1817 en Wolf 1889) is daarvan een naklank te horen. In de dichtkunst komt hij verder o.m. voor in de Adone van Marino 1623 en in het werk van Marlowe en Spenser rond 1600.

Het motief met de door de adelaar omhoog-gevoerde jongen is in de beeldende kunst van de Italiaanse renaissance aanwezig o.m. op een van de bronzen reliëfs ca. 1440 van Filarete voor de hoofddeur van de Sint-Pieter te Rome, in een tekening van Michelangelo ca. 1533, in fresco’s van Cavaliere d’Arpino 1594-95 (Palazzo del Sodalizio dei Piceni te Rome) en Annibale Carracci tussen 1597 en 1600 (Palazzo Farnese te Rome) en in een schilderij van Correggio ca. 1531-34 (in een reeks met de liefdes van Zeus). Cellini transformeerde in 1545-46 een Romeinse torso uit de oudheid tot een Ganymedes die een adelaar streelt. Daarna zijn er, in het bijzonder in Italië, tal van wand- en vooral – zeer geëigend voor het thema van de omhoogvoering – plafondschilderingen: bijv. Mazzoni begin 17e eeuw in het Palazzo Spada te Rome, Giovanni da San Giovanni ca. 1634 in de Villa Corsini bij Florence. Lang niet altijd is uit te maken of het tafereel van de omhoogvoering een allegorie is voor het streven van de mens naar God of anderszins naar het hogere. Een enkele keer geeft ruimte of context of toelichting een indicatie. Federico Zuccaro schilderde het tafereel ca. 1603 als symbool van goddelijke inspiratie in zijn eigen palazzo in de ruimte waar de leden van de Accademia di San Luca bijeenkwamen. Heel specifiek is de betekenis van het tafereel in een schildering van de hand van Battista Franco 1537 naar de tekening van Michelangelo. De schildering verwijst naar de veldslag bij Montemuto in dat jaar, waarin Cosimo de’ Medici als een nieuwe Ganymedes naar de overwinning werd gevoerd. De ontvoering kan, zoals blijkt uit het werk van Correggio, ook deel uitmaken van een serie van liefdesgeschiedenissen van de goden. Een betrekkelijk laat voorbeeld zijn de negen supraporti (ornamenten boven een deur) van Natoire ca. 1731, die zich hebben bevonden in het kasteel La Chapelle-Godefroy bij Nogent-sur-Seine.

In de Lage Landen zijn er schilderijen van Rubens 1611 en 1636-37 (het laatste werk, nu in het Prado te Madrid, werd gemaakt voor de enorme mythologische serie voor de Torre de la Parada van het paleis El Pardo bij Madrid), Rembrandt 1635 en Van Campen ca. 1647 (Huis Ten Bosch ’s-Gravenhage). In het neoclassicisme ken-nen we beeldhouwwerken van o.a. Houdon 1815 en Thorwaldsen (enkele werken tussen 1815 en 1841) en ten slotte schilderijen van Moreau 1886 en Marées 1887. Mengs vervaardigde in 1759 een quasi-antiek fresco (of gaf daartoe opdracht), waarmee hij zijn vriend Winckelmann om de tuin leidde.

Het thema stelt in renaissance en barok soms het sterrenbeeld Waterman voor, bijvoorbeeld bij Peruzzi ca. 1511 in de Villa Farnesina te Rome, en mogelijk ook in het genoemde schilderij van Rembrandt, waarop in afwijking van de gebruikelijke iconografie de als baby voorgestelde Gany-medes een plas doet. Maes maakte in de periode 1660-78 een reeks portretten van gestorven kindertjes, weggevoerd door een adelaar.

In het enige voltooide deel van Okeanos van Kloos uit 1883, dat handelt over Ganymedes, is zijn onbeantwoorde liefde voor Albert Verwey allegorisch verdicht.