Van Alexander tot Zeus

Door Eric Moormann & Wilfried Uitterhoeve

Gepubliceerd op 08-03-2017

Galateia

betekenis & definitie

Galateia, dochter van de zeegoden Nereus en Doris, woont aan de kust van Sicilië, waar de Kykloop Polyphemos zijn vee weidt. Er zijn verhalen waarin Polyphemos erin slaagt met zijn fluitspel en zang de schone Galateia onder zijn bekoring te brengen. In latere teksten (bijv. in een idylle van Theokritos en bij Loukianos) wordt beschreven hoe Polyphemos vergeefs naar de gunsten van Galateia dingt: zij koketteert wel met Polyphemos, maar ontsnapt steeds aan hem door zich in haar element, de zee, terug te trekken.

Andere auteurs – de meest bekende versie is van Ovidius – vertellen dat Polyphemos verliefd is op Galateia, die echter de voorkeur geeft aan de jonge herder Akis boven de monsterlijke en onbeholpen Kykloop. Deze verrast het tweetal als ze aan de kust in elkaars armen liggen, en doodt met een enorm rotsblok Akis op zijn vlucht. Aan het rotsblok ontspringt een rivier waarvan Akis de riviergod wordt.

Uit de oudheid zijn vrijwel uitsluitend Romeinse wandschilderingen en enige mozaïeken met dit thema overgeleverd. Soms zijn Galateia en Poly-phemos in omarming voorgesteld, soms ziet men Eros die, gezeten op een dolfijn, een brief aan de Kykloop brengt. In het huis van de latere keizerin Livia in Rome ca. 30 v.C. wordt Polyphemos door Eros meegetroond. Er zijn voorts enkele reliëfs en mozaïeken. Polyphemos die op een lier of fluit speelt, wordt ook alleen voorgesteld, maar moet dan als de naar Galateia smachtende minnaar worden geïnterpreteerd.

De tegenstelling tussen de monsterlijke, veelal op een enorme panfluit spelende Polyphemos en de schone Galateia maakt furore in de beeldende kunst van de renaissance. Annibale Carracci beeldt in 1597-1600 het tafereel uit in het Palazzo Farnese te Rome. Rafaël schildert ca. 1513 in een fresco in de Villa Farnesina te Rome Galateia op zee; ernaast troont een somber ogende Polyphemos op een fresco 1511 van Del Piombo. De dreigende gestalte van Polyphemos domineert in de wandschildering ca. 1528 van Giulio Romano in het Palazzo del Te te Mantua. Het motief van Gala-teia die op een dolfijn of in een door zeepaarden getrokken wagen, omstuwd door zeewezens, over de golven dartelt, ontwikkelt zich tot een veelvoorkomend zelfstandig triomfmotief, dat doorloopt tot laat in de barok, bijv. bij Van Thulden ca. 1650, Van Nieulandt 1656 (Rijksmuseum Amsterdam) en Ricci ca. 1716, en in werken van Jean-Baptiste van Loo tussen 1720 en 1745. ‘De triomf van Galateia’ is overigens niet altijd te on-derscheiden van ‘De triomf van Amphitrite’, die haar huwelijk met de zeegod Poseidon viert.

Poussin stelt in 1630 Galateia met Akis voor en in 1649 is Polyphemos dreigend op de achtergrond aanwezig. Schilderijen van een droevige of dreigende Polyphemos zijn er ook nog van Moreau ca. 1880 en 1896 en Redon ca. 1895-1900 (Museum Kröller-Müller Otterlo).

Het verhaal is een geliefd motief voor pastorale dichtwerken (o.a. van Lorenzo de’ Medici ca. 1486, Lyly 1584, Cervantes 1585, Hooft 1636 en La Fontaine ca. 1674), literatuur waarin Galateia dikwijls wordt voorgesteld als herderin, als een aanpassing wellicht aan het pastorale karakter van de vertelling van Theokritos.

In de vroege 17e eeuw zijn er al een aantal Gala-teia-opera’s, waarvan enkele, zoals van Orlandi 1617, naar een libretto van Chiabrera. In de latere operageschiedenis gaat de populariteit van Galateia naar een hoogtepunt en tevens nagenoeg een eindpunt met een grote reeks, van Charpentier 1678 en Lully/Campistron 1686 tot Graun/Villati 1748 en (in de vorm van een ‘festa teatrale’) Haydn/Magliavacca 1763. Händel hergebruikte het muzikale materiaal van een serenade 1708 voor een bruiloft aan het hof van Napels later voor een ‘serenata masque’ (1718, tekst van Gay) voor een Engelse aristocraat.