Van Alexander tot Zeus

Door Eric Moormann & Wilfried Uitterhoeve

Gepubliceerd op 08-03-2017

Gaius Mucius Cordus Scaevola

betekenis & definitie

Gaius Mucius Cordus Scaevola heeft zijn bijnaam Scaevola (‘linkshandige’) te danken aan een heldendaad in 507 v.C. Hij kon de vernederende belegering van Rome door de Etrusken onder Porsenna niet verdragen en begaf zich met toestemming van de Senaat heimelijk in het vijandelijke kamp om Porsenna te doden. Hij wist door te dringen tot bij de koninklijke troon, maar kon niet uitmaken wie van de twee rijk uitgedoste heren Porsenna was. De man die hij daarop neerstak bleek de secretaris van de vorst te zijn.

Scaevola werd gegrepen en met de vuurdood bedreigd. Om te tonen hoe weinig het lichaam telde als de eer en het vaderland op het spel stonden, stak hij zijn rechterhand in het vuur en liet deze verbranden. En hij bezwoer dat talloze Romeinen met evenveel moed als hijzelf bereid waren hun leven te wagen om Porsenna om te brengen. De koning was zeer onder de indruk
en schonk de moedige Romein de vrijheid. Hij knoopte zelfs vredesonderhandelingen aan, die leidden tot beëindiging van de oorlog.

Het verhaal, uitvoerig verteld door Livius, is ook te vinden bij Florus en Dionysios van Hali-karnassos. Bij de laatste ontbreekt de episode van de hand in het vuur en volstaat, om Porsenna afdoende te imponeren, de enkele mededeling dat driehonderd Romeinen gereedstaan voor nieuwe aanslagen. Bij Valerius Maximus geldt Scaevola’s daad als exemplum van patientia, het verduren van smart, zoals ook een jeugdige dienaar van Alexander geen krimp geeft en zijn werk voortzet als er door een ongelukje vurige kolen op zijn arm zijn terechtgekomen.

De heldendaad van Scaevola, die voor de moed van de Romeinen zijn hand in het vuur stak, is door de eeuwen heen beroemd en spreekwoor-delijk gebleven. De machtige familie Loredan in Venetië liet een stamboom maken die terugging tot deze held. Scaevola is echter geen belangrijk onderwerp geworden in de literatuur. Een drama van Ryer 1646 oogstte geen succes in Parijs. Het toneelstuk van Feith 1794 getuigt van diens tegen de Oranjes gerichte houding. In de muziekgeschie-denis zijn er enkele opera’s (Cavalli 1665, Monari 1692, A. Scarlatti 1698 en Ballarotti 1700) op een libretto van Minato.

In de beeldende kunst daarentegen geniet het tafereel een grote populariteit. Alleen al in Rome zijn te noemen een klein reliëf in de bronzen deur van Filarete ca. 1440 voor de Sint-Pieter te Rome, een schildering van Pinturicchio in de Palazzina della Rovere-Colonna ca. 1490, een schildering door een onbekende schilder eerste kwart 16e eeuw in de Villa Turini-Lante (nu in het Palazzo Zuccari) en de door Luzio Romano e.a. tegen 1545 voltooide beschildering van de Sala della Biblioteca van de Engelenburcht. In de Sala dei Capitani van het Conservatorenpaleis werd hij rond 1590 geschilderd door Laureti. In een van de hoeken van het door Pietro da Cortona 1633-39 geschilderde plafond in de grote zaal van het Palazzo Barberini is Scaevola representant van de fortitudo. Elders zijn afbeeldingen te noemen in de Loggia del Capitaniato te Vicenza (een plafondschildering van Fasolo 1572, die daarnaast ook de martiale daden van onder anderen Curtius, Horatius Cocles en Manlius Torquatus afbeeldde), in een van de vertrekken van Anna van Oostenrijk in het Louvre (plafondschildering van Romanelli 1655-56) en in Schloss Weikersheim bij Würzburg (stucplafond van Schwitt 1598). In deze laatste decoratie zijn de andere toonbeelden van virtus Regulus, de Horatii, Curtius, Fabius Maximus en Manlius Torquatus. Guercino maakte voor La Vrillière 1646-49 een doek, dat de opdrachtgever echter niet heeft bereikt.

In de Noordelijke Nederlanden is de heldendaad te zien op de in 1543-45 geplaatste, door Colijn de Nole vervaardigde schouw in het Oude Stadhuis te Kampen. Scaevola symboliseert daar de patriottische moed, Coriolanus het uitein-delijke respect voor de eigen staatsgemeenschap, Curius Dentatus de onbaatzuchtigheid. In de door Aertsz ca. 1540 vervaardigde koorbanken van de Grote Kerk te Dordrecht zijn de heldendaad en de daaropvolgende triomftocht de enige profaan-historische voorstellingen in een grote reeks christelijke en allegorische afbeeldingen.

Schilderijen zijn er van o.a. Mantegna ca. 1490, Tintoretto 1545, Poussin 1643-45, Schönfeld ca. 1670, Le Brun ca. 1643, Tiepolo eenmaal tussen 1725 en 1730 en eenmaal 1753, Anwander ca. 1755 en Dumont ‘Le Romain’ voor de Salon van 1747.