Van Alexander tot Zeus

Door Eric Moormann & Wilfried Uitterhoeve

Gepubliceerd op 08-03-2017

Demeter

betekenis & definitie

Demeter (Lat. ceres) is de dochter van Kronos en Rheia, en daarmee een zuster van Zeus; een van de Olympiërs. Zij is de godin van de in cultuur gebrachte aarde, de landbouw en het graan, in tegenstelling tot Gaia, die het element aarde als oerbegrip en materie vertegenwoordigt. ‘Demeter’ betekent moeder van de aarde of van het graan. De Romeinse godin Ceres heeft oorspronkelijk alleen de graanteelt onder haar hoede. Als vegetatiegodheid genoot Demeter in de hele Griekse en hellenistische wereld verering. Met name de Eleusis-mysteriën, waarin de tegenstelling tussen dood en onsterfelijkheid hoofdthema vormt en de ingewijden bevrijd worden van hun angst voor het sterven, verdienen vermelding.

Uit een verhouding tussen Zeus en Demeter werd Persephone geboren. Deze wordt, met toe-stemming van haar vader, ontvoerd door Hades. Sommigen, onder wie Ovidius, noemen als plaats van ontvoering Sicilië, dat daarvoor met onvruchtbaarheid zou zijn geslagen; in de homerische hymne aan Demeter wordt een in werkelijkheid niet bestaand land Nysa genoemd.

Demeter, die nog juist de door Persephone geslaakte kreet opvangt, zwerft negen dagen en negen nachten rond op zoek naar haar dochter. Op de tiende dag verneemt zij van de alziende zonnegod Helios dat Persephone met medeweten en goedvinden van Zeus door Hades is ontvoerd. Zij weigert in haar verbittering terug te keren naar de Olympos en begeeft zich in vrijwillige ballingschap naar Eleusis. Haar afzondering leidt tot onvruchtbaarheid van de aarde, met name van het eiland Sicilië, waar niets meer wil gedijen. Het komt dan tot een compromis: Persephone zal een deel van het jaar doorbrengen bij Hades, het andere deel bij haar moeder op de Olympos. Dit verklaart de vegetatiecyclus: Demeter laat tijdens haar treurnis over de periodieke afwezigheid van Persephone, in herfst en winter, niets groeien.

In Eleusis wordt ze als oude dienstmaagd op-genomen in het huis van de koning Keleos, zoals wordt verhaald in een homerische hymne, en wijdt ze zich aan de opvoeding van de kinderen van de koning en diens echtgenote Metaneira. Een van de zonen, Demophon, wil ze onsterfelijk maken. Ze legt het kind afwisselend bij het gloeiende vuur en zalft het met ambrozijn, tot ze daarin wordt gestoord door Metaneira en aan deze haar identiteit moet onthullen. Een andere zoon, Triptolemos, voorziet ze van een door gevleugelde draken getrokken wagen en zendt hem de wereld in om graan te zaaien en de mensen de landbouw te leren.

Demeter is zoals gezegd onderwerp van een lange homerische hymne en ook Kallimachos (3e eeuw v.C.) wijdt een hymne aan haar. In navolging van de homerische hymne vertelt ook Ovidius van de wanhopige dwaaltocht van Demeter op zoek naar haar dochter en voegt aan het verhaal toe dat Demeter op een gegeven moment aanklopt bij een hutje en door een oude vrouw wordt gelaafd. Ze wordt daarbij echter bespot door het jongetje Abas, dat ze met water besprenkelt en in een hagedis verandert.

In talrijke heiligdommen, vooral op Sicilië, zijn terracotta beeldjes gevonden van Demeter met op het hoofd een krans of een hoge muts (polos), vaak in gezelschap van haar dochter. Zij draagt veelal vruchten of dieren in haar schoot en heeft een scepter of korenaren in haar hand. In de officiële kunst wordt ze als matrone, tronend of staand voorgesteld, soms met genoemde attributen. Vaak is zij met een bedekt hoofd uitgebeeld, bijvoorbeeld in de Demeter van Cherchell, kopie van een werk van Pheidias ca. 440 v.C. Een beroemd beeld is de marmeren Demeter van Knidos uit ca. 250-240 v.C. in het British Museum te Londen. Een reliëf uit het heiligdom van Eleusis 440-430, ook van kopieën bekend, laat zien hoe Demeter en Persephone Triptolemos het graan geven.

In de literatuur, emblematiek en beeldende kunst van de nieuwe tijd symboliseert Demeter hetzij de landbouw (een voorbeeld uit vele: een schildering van de hand van Zelotti ca. 1565-70 boven de toegang tot de voor landbouw bestemde Villa Emo te Fasolo), hetzij het vruchtbare zomer-seizoen (bijv. in het decoratieve schema van het park van Versailles, in een Brussels tapijt ca. 1650 in het Rijksmuseum te Amsterdam en in een schilderij van Watteau ca. 1715), hetzij de vruchten van de landbouw, de spijzen (bijv. een schilderij van Vouet ca. 1634). Aldus wordt ze samen met Dionysos (de wijn) geschilderd in uitbeeldingen van de zinspreuk van Terentius: ‘Sine Cerere et Libero friget Venus’ (Aphrodite), of met de god van de wijn alléén, bijvoorbeeld in een plafondschildering van J. de Wit 1751 in Huis Boschbeek te Heemstede. In de verhalende sfeer zijn er enkele uitbeeldingen van de zoektocht van Demeter (bijv. de fresco’s van Gherardi ca. 1555 in de Sala di Cerere van het Palazzo Vecchio te Florence) en van de bespotting van Demeter door het vervolgens in een hagedis veranderde jongetje: o.a. Elsheimer ca. 1608 en Stomer ca. 1640.

De Nederlandse dichter Verwey schreef in 1885 over de godin een episch gedicht.