Van Alexander tot Zeus

Door Eric Moormann & Wilfried Uitterhoeve

Gepubliceerd op 08-03-2017

Dareios I

betekenis & definitie

Dareios I regeerde van 522 tot 486 over het Perzische rijk als opvolger van Kambyses. Toen Kambyses in Egypte waanzinnig was geworden, deed een magiër zich voor als Kambyses’ broer Smerdis en legde hij met hulp van andere magiërs beslag op de troon. De Perzische edelman Otanes achterhaalde de ware identiteit van de magiër en beraamde met zes andere hooggeplaatste Perzen, onder wie Dareios, een complot. Nadat ze de magiërs hadden omgebracht rees de vraag, wie uit hun zevental de Perzische troon zou bestijgen. Ze kwamen overeen dat hij, wiens paard het eerst zou hinniken nadat ze in de ochtendstond hun dieren bestegen hadden, de troonopvolger zou zijn. Een stalknecht van Dareios bedacht een list. Hij liet, op een plaats waar het zevental langs zou rijden, het rijdier van Dareios paren met een merrie. Toen het paard de volgende morgen deze plaats passeerde begon het prompt, en als eerste, te hinniken. De andere zes edellieden erkenden het koningschap van Dareios, temeer omdat op deze gebeurtenis donder en bliksem volgden.

Dareios toonde zich een bekwaam bestuurder en gaf zijn enorme rijk, dat zich uitstrekte van de Hellespont tot in Indië, een organisatie die tot in de hellenistische periode standhield. Rond 500 tekende zich na een reeks kleinere confrontaties in Klein-Azië, onder meer rond de stad Sardes, de onvermijdelijke krachtmeting af tussen het Perzische rijk en de Grieken, de Atheners voorop: een krachtmeting die het hoofdonderwerp is van Herodotos’ geschiedschrijving en die duurde van 494 tot 449. Een eerste, beperkte expeditie naar Griekenland, door Dareios onder leiding gesteld van Datis en Artaphernes, eindigde in 490 in een nederlaag bij Marathon, waar de Atheners wer-den aangevoerd door Miltiades. Na het overlijden van Dareios in 486 werd de strijdbijl in 480 weer opgenomen door Xerxes (Themistokles).

Dareios, over wie Iustinus in hoofdlijnen hetzelfde relaas geeft als Herodotos, geniet in de middeleeuwen bekendheid door enkele verwijzingen in het Oude Testament (met name het boek Esra, waarin wordt vermeld dat hij het tolerante beleid van Kyros jegens de Joden voortzette), en voor-al als personificatie van een van de zgn. Vier Wereldrijken. In de christelijke eschatologie werden, in aansluiting op een profetie in het boek Daniël, vier aan het christendom voorafgaande wereldrijken gesignaleerd: het Assyrische rijk, gepersonifieerd door Nebukadnesar, Ninos of Nimrod, het Perzische rijk met als leider Dareios of Kyros, Griekenland onder Alexander en het Romeinse rijk van Caesar of Augustus. Deze gedachte vindt vanaf de Karolingische tijd uitdrukking in de literatuur en de beeldende kunst.

De voor de Grieken aanstootgevende weelderigheid van de Perzen is voorgesteld op de ‘Dareios-vaas’ uit de tijd van Alexander (Nationaal Museum Napels): Dareios voert op deze kratèr uit Apulië beraad met zijn hof. In de kunst van de oudheid en daarna komt Dareios voor het overige weinig voor. In de emblematiek wordt de via Valerius Maximus en Iustinus al in de middeleeuwen bekende list van Dareios’ dienaar aangehaald als een voorbeeld van vindingrijkheid. Daarnaast treedt Dareios in de emblematiek naar voren als een toonbeeld van hebzucht: volgens Ploutarchos (Moralia) en Herodotos zou hij het hebben ge-waagd de grafkamer van Semiramis te openen en er in plaats van de verhoopte schatten slechts een brief hebben gevonden, waarin de grafschenner zijn begeerte naar geld werd verweten. Het Museum voor Schone Kunsten te Gent bewaart een tapijtreeks met Dareios-scènes, eind 17e eeuw vervaardigd te Brussel en afkomstig uit de Sint-Pietersabdij te Gent.