Van aalmoes tot zwijntjesjager

Dr. E. Schröder (1980)

Gepubliceerd op 10-04-2020

Toeval

betekenis & definitie

Het woord toeval komt voor in twee sterk van elkaar verschillende betekenissen. Men kent het voor: aanval van vallende ziekte èn voor: onvoorziene gebeurtenis.

Toch hebben wij met hetzelfde woord te maken. Toevallen betekende eigenlijk: neerstorten. Men zei dus: door toeval van regen zijn de wegen onbegaanbaar. Toevallen werd ook gebruikt voor: ten deel vallen. Toeval is dan: wat iemand ten deel valt, overkomt, in het bijzonder als ziekteverschijnsel, dus: bijv. een flauwte. Uit de betekenis gebeuren, die toevallen óók heeft, volgt dat toeval is: gebeurtenis, voorval en dan: zonderling, onverwacht, onvoorzien voorval. Soms wordt het toeval zelfs min of meer als een macht beschouwd. Men zegt bijv.: iets aan het toeval overlaten, het toeval wil dat...