uitdrukkingen

Woorden en uitdrukkingen verklaard

Gepubliceerd op 03-12-2020

Janhagel

betekenis & definitie

vroeger Jan Hagel, voor: het grauw, het gepeupel, een groep menschen, in ongunstigen zin, vroeger, en in Z.-Ned. nog, ook voor: één man uit het volk, zooals voor het collectief ook: Jan Hagel en zijn maat; hgd. Janhagel en Hans Hagel.

Hoe vaak in allerlei algemeene soortbenamingen het woord Jan gebezigd wordt, kan men in het Ned, Wdb. zien, waar de behandeling ervan kolommen vult. Of bij Hagel gedacht is aan den basterdvloek wat hagel (vgl. Jan Goddome), dus een ruwe persoon, of aan hagel, ’t zij als hagelsteen, ’t zij als schroot (vgl. grut, snert, knipgeschut), dus = menigte, is niet uittemaken. Janhagel is ook de benaming van een soort gebak, oorspronkelijk platte platen van koekdeeg, gevormd uit tegen elkaar aangebakken kleine droppeltjes deeg!