uitdrukkingen

Woorden en uitdrukkingen verklaard

Gepubliceerd op 03-12-2020

Egger(ig)

betekenis & definitie

eggig, scherp, wrang, zuur, stroef (zie Kil.), afgeleid van eg, zie onder Negge. Cats 2, 580b: „(De citroen) heeft een egger sap in hare schors besloten"; Bredero 1, 166: „Onder wat soet Sieroops verhouwt hem ’t eggich suur”; Jeremia 31, 29 en Kantteek.: „Der kinderen tanden zijn stomp geworden, of, worden stomp, eggigh”; R.

Visscher, Brabb. 62: „Smakende de eggigheyt van ’t voorgebeelde soet.”