uitdrukkingen

Woorden en uitdrukkingen verklaard

Gepubliceerd op 03-12-2020

Dreumel

betekenis & definitie

mnl. drommel, dromel, eindje draad of touw, b.v. om een zak toe te binden, dan ook de wrong van een dichtgebonden zak, eindelijk ook een klein kind. Witsen, Scheepsb. 182 a: „12 bossen dreumels”.

Potgieter, 1,8: „De dreumels van den daglooner, die.... op den weg spelen”. Van drom, dreum, mnl. drom, drome, dreum, eveneens eind touw, weefseldraad, en ook dweilengoed, waarvan het door Bredero gebruikte „Dreumde dweil” (2, 93).