negerij, negorij 1 betekenis & definitie

negerij, negorij [gehucht]. Omtrent dit woord heersen zonderlinge dwalingen, die onmiddellijk worden ingezien als men de ware oorsprong heeft erkend. Op de klank af brengt men het doorgaans in verband met neger (van Latijn niger, zwart), zoals wij de zwarte Afrikanen noemen. Zo lezen wij bij Weiland onder neger: ‘van hier negerij, een aantal hutten, als een dorp bij elkander gezet, waarin negers wonen, bijvoorbeeld: die landwaarts in hunne negerijen of dorpen hebben. Bogaert.’ Hier is echter de betekenis ‘dorp’ niet geheel miskend; maar veel erger maakt het Van Dale, die eerst, op negerij, dit gelijk stelt met ‘negerhuis’, maar tegelijk naar de tweede vorm negorij verwijst, waarvan hij zegt: ‘Negorij, negerij (oudtijds), plaats, waar negers verkocht worden.’ In deze weinige woorden zijn drie kapitale fouten bevat: want kennelijk wordt het woord met neger in verband gebracht, de betekenis is geheel verkeerd opgegeven, en het wordt zeer ten onrechte als verouderd vermeld. Het woord is nooit menigvuldiger gebruikt dan in de laatste jaren, nu zoveel over onze Oost-Indische bezittingen geschreven wordt. Doch die soort van boeken schijnen onze taal- en letterkundigen zelden in te zien. In het Nederlands-Frans woordenboek van prof. Heremans, doorgaans met zoveel zorg bewerkt, lees ik ook al: ‘Negorij, village habité par des nègres,’ en in het Nederlandsch-Hoogduitsch Woordenboek van dr. Sicherer vind ik zelfs aan negorij twee betekenissen toegekend: 1. Negerdorp, negerkraal, 2. Negermarkt, plaats waar negers als slaven verkocht worden. Klaarblijkelijk heeft hij de verklaringen van Weiland en Van Dale gecombineerd.

Voor hen die met de talen van onze Oost-Indische bezittingen in het geheel niet bekend zijn, moet men erkennen dat de uiteenlopende vormen waarin dit woord voorkomt en het verloop van zijn betekenis, iets verwarrends en misleidends hebben. Zo schrijft bijvoorbeeld de heer Verkerk Pistorius in zijn Inlandsche huishouding in de Padangsche bovenlanden, voortdurend negari, waarin men niet zo dadelijk hetzelfde woord herkent. Ook moet men, om het gebruik van het woord goed te begrijpen, met de herkomst van de betekenissen goed bekend zijn. Ik zal daarover zo kort mogelijk het noodzakelijkste zeggen.

Het woord is eigenlijk het Sanskriet nagara of, in vrouwelijke vorm, negari. Van deze beide vormen is de eerste in laag-, de tweede in hoog-Javaans gebruikelijk. Ook de Maleise vormen verschillen hiervan niet veel; in het laag-Maleis spreekt men doorgaans negeri of negri uit.

Aan dit laatste is de Nederlandse vorm negerij of beter negerie ontleend. Hoe men aan negorij is gekomen kan ik niet zeggen; misschien vond men het welluidender.

De betekenis van het woord is eigenlijk: de plaats waar een vorst zich met zijn volk gevestigd heeft. Soms wordt er het gehele vorstendom, land of rijk, soms alleen het binnenste hoofddistrict door de vorst in persoon bestuurd, soms ook alleen zijn hoofdstad of residentie door bedoeld; maar ook de zetel van de vazallen of regenten kan zo genoemd worden. Deze betekenissen vindt men in het Javaans. In het Maleis is de betekenis nog verder verlopen en duidt het woord, althans in de vorm negri, iedere stad of aanzienlijk dorp, iedere verzameling van één gemeente vormende kampongs of buurten aan.

In het Nederlands schijnt mij de vorm negerie de verkieslijkste, omdat die het meest overeenkomt met de gewone Maleise vorm waaraan wij het woord ontleend hebben. Negerie heeft overigens, ofschoon verreweg het meest gebruikt waar wij van onze Oost-Indische bezittingen spreken, bij ons de meer algemene betekenis gekregen van een stad of dorp bij onbeschaafde of half-beschaafde volken, zoals uit het door Weiland aangehaalde voorbeeld blijkt.<SUP>37**</SUP>