Werk-thuis interactie betekenis & definitie

De werk-thuis interactie (Eng.: Work-Family Interaction of Work-Life Interaction) is het proces waarbij aspecten van zowel de werk- als de thuissituatie elkaar wederzijds op een dusdanige manier beïnvloeden dat emoties, cognities en/of gedragingen opgedaan in het ene domein van invloed zijn op het andere domein.

Een werk-thuis interactie, ook wel werk-privé balans of werk-familie interactie, kent over het algemeen drie aspecten: de graad, de directie en de valentie.

De graad heeft betrekking op de graad van betrokkenheid: zijn de twee domeinen (dus familie en werk) erg gescheiden of zijn ze nauw geïntegreerd? Als een werknemer bijvoorbeeld ook vaak thuis werkt, is het werk al min of meer thuis geïntegreerd. In dat geval hebben beide domeinen al meer invloed op elkaar dan dat ze sterk gescheiden zijn.

De directie van de invloed gaat over welk domein invloed heeft op de andere. Thuis/familie kan van invloed zijn op het werk of het werk kan van invloed zijn op thuis/familie. De valentie geeft vervolgens de waarde van het effect. Dit kan zowel negatief als positief zijn. Iemand met problemen thuis kan zich bijvoorbeeld minder goed concentreren of iemand krijgt een goede beoordeling en is daarom vrolijker thuis. In principe zijn er dus 4 domeinen: werk op familie interactie (positief en negatief) en de familie op werk interactie (positief en negatief). Dit alles heeft vervolgens invloed op het welzijn op het werk, welzijn thuis en het algemene welzijn. Ook de individuele kenmerken van iemand zijn van belang bij de totstandkoming van de werk-thuis interactie.

Over het algemeen zijn aspecten die positief van invloed zijn op de werk-thuis interactie: autonomie in het werk, mogelijkheden om te leren, sociale steun, extraversie, tevredenheid over de relatie en steun van de familie. Andersom zijn negatieve aspecten: werkdruk, gebrek aan steun van de organisatie.