Verwachtingstheorie betekenis & definitie

De verwachtingstheorie (Engels: expectancy theory) is een theorie van Victor Vroom uit 1964. De theorie gaat over de motivatie van mensen, waarbij de werkomgeving centraal staat. De theorie kent drie belangrijke factoren: verwachting (expectancy), instrumentaliteit (instrumentality) en valentie (valance).

Rond een prestatie vind je drie gedragingen. Als eerste heb je de voorbereidingen (effort), die leiden tot prestatie (performance) en die leiden tot een bepaalde opbrengst (reward). Tussen deze drie gedragingen zit telkens een van de factoren die leiden tot een afweging.

Als eerste de verwachting: het is een inschatting of inspanning zal leiden tot prestatie. De eigen beleving van de moeilijkheidsgraad en effectiviteit spelen hierbij een grote rol. Indien de moeilijkheidsgraad te hoog ligt, zal de verwachting van een goede prestatie minder zijn, wat weer invloed heeft op de uiteindelijke motivatie.

De tweede stap is de instrumentaliteit: zal een goede prestatie ook daadwerkelijk leiden tot de gewenste opbrengst? Indien er vertrouwen is dat een opbrengst ook daadwerkelijk zal volgen na een goede prestatie, zal dit waarschijnlijk ten goede komen aan de uiteindelijke motivatie.

Tijdens de derde stap, de valantie (valence) vraagt iemand zich af of de opbrengst wel waardevol is.

Tijdens de drie stappen volgt er steeds een keuze tussen alternatieven waarbij ''plezier'' wordt geprobeerd te maximaliseren en ''pijn'' te minimaliseren. Iemands overtuigingen op alle drie de factoren spelen psychologisch op elkaar in. Kortom: zullen de inspanningen die ik lever, leiden tot een prestatie en zo ja, wat levert die prestatie mij op? Uit deze afweging volgt een bepaalde mate van motivatie.

De theorie is zeer toepasselijk op situaties op de werkvloer. Om werknemers te motiveren kan er dus gekeken worden of er een positieve samenhang bestaat tussen inspanning en prestatie en of die prestatie resulteert in voldoende beloning.