START-methodiek betekenis & definitie

De START-methodiek heeft tot doel de competenties die mensen bezitten uit hun verleden op grond van vroegere ervaringen te analyseren. De veronderstelling is hier dat gedrag in het verleden een voorspellende waarde heeft voor gedrag in de toekomst.

START staat voor Situatie, Taak, Actie, Resultaat en Terugkoppeling. Het is een methode die vaak in een sollicitatiegesprek gebruikt wordt om erachter te komen hoe iemand in het verleden heeft gehandeld met een competentie die hij of zij zegt te bezitten. Aan de hand daarvan kun je bekijken of deze kandidaat in jouw gedachte juist heeft gehandeld en of deze persoon binnen de organisatie zou passen. De methode verloopt als volgt:

De interviewer vraagt naar een concreet voorbeeld of een concreet incident en vraagt gericht door tot de situatie of context duidelijk is. De situatie waarin het gedrag zich voordeed.

Aan de geïnterviewde wordt vervolgens gevraagd welke rol hij/zij in die situatie vervulde en welke zijn/haar taken waren: de taak of het doel dat moet worden gerealiseerd.

Op de derde plaats wordt gevraagd naar het resultaat, naar het effect van het handelen van de kandidaat. Hierbij is het belangrijk dat de interviewer goed zicht heeft op de relatie tussen het handelen van de kandidaat en de uitkomsten of resultaten: de actie, de handeling, het daadwerkelijke gedrag.

Als laatste vraagt de interviewer wat hij/zij geleerd heeft van de hele situatie? Zou hij/zij het nu anders doen? De zogenaamde terugkoppeling, de terugblik, het leereffect.