Omstandereffect wat is de definitie & betekenis

Het omstandereffect (Engels: bystandereffect) is het verschijnsel dat optreedt bij mensen die in een grote groep getuige zijn van een noodsituatie of misdrijf, en niet ingrijpen. De theorie is dat hoe groter de groep, hoe kleiner de kans is dat iemand daadwerkelijk ingrijpt. De term komt uit de sociale psychologie.

Er is veel discussie over de oorzaken van het omstandereffect. De meest genoemde oorzaken zijn de ''diffusion of responsibility'' en misinterpretatie door sociale druk. De eerstgenoemde theorie suggereert dat mensen door gedeelde verantwoordelijkheid (een grote groep mensen), minder druk voelen om zelf te helpen. Doordat iedere omstander denkt dat de ander het wel oplost, helpt er uiteindelijk niemand.

De misinterpretatie van de situatie door sociale druk ontstaat doordat mensen van nature niet voor schut willen staan. Hierdoor vergelijken mensen zichzelf met anderen. Als andere mensen in een gevaarlijke situatie niet reageren, zal je zelf ook niet reageren en kun je makkelijk aannemen dat er dan wel niks aan de hand zal zijn. Tijdens een experiment (the room filled experiment) bleek dat mensen die alleen in een kamer waren, veel sneller reageerden op een gevaarlijke situatie (in dit geval rookontwikkeling), dan personen in dezelfde situatie die omgeven waren met medestanders die totaal niet reageerden op de rook.

Het omstandereffect is voor het eerst benoemd in 1964, bij de moord op Kitty Genovese. Genovese werd midden op straat aangevallen door een man. Het schijnt dat er tijdens de aanval 38 mensen langsliepen, waarvan geen enkel persoon ingreep. Dit geval leidde tot veel sociaal psychologisch onderzoek, waardoor het een belangrijk voorbeeld werd voor het omstandereffect. In 2007 verscheen een artikel waarin onderzoekers verklaarden dat de feiten in het verhaal over Genovese sterk overdreven zouden zijn door de media.

In een noodsituatie kun je als slachtoffer het beste omstanders verantwoordelijk maken voor hulp.