KNVB betekenis & definitie

De KNVB staat voor Koninklijke Nederlandse Voetbalbond. Wekelijks organiseert de KNVB zo'n 33.000 voetbalwedstrijden, zowel op amateur als op professioneel niveau. Daarnaast is het verantwoordelijk voor de opleiding van scheidsrechters, het opleggen van schorsingen en het organiseren van interlands van het Nederlands Elftal.

De KNVB werd oorspronkelijk opgericht op 8 december 1889 door Pim Mulier, toen nog als de Nederlandschen Voetbal- en Athletischen Bond (NVAB). Na de afscheiding van de atleten in 1895 veranderde de naam in de NVB (Nederlandse Voetbalbond). In 1929 kreeg de bond van Koningin Wilhelmina ter ere van het veertigjarig jubileum het predicaat ''Koninklijk'' toegewezen.

Na de oorlog kozen steeds meer Nederlandse topvoetballers voor een avontuur in het buitenland. Reden hiervoor was het ontbreken van betaald voetbal in ons eigen land. Pas toen er een ''wilde'' voetbalbond (de Nederlandse Beroeps Voetbal Bond) werd opgericht en 10 clubs zich hierbij aansloten, ging de KNVB overstag en fuseerden de twee bonden waardoor er sinds 25 november 1954 ook in Nederland betaald voetbal gespeeld wordt.

In 1905 vond de eerste interland plaats: 1-4 winst in en tegen Belgiƫ . In 1988 werd de Europese titel veroverd. In 1978 passeerde de KNVB als eerste sportbond van Nederland de legendarische grens van 1 miljoen leden.

Hoofdtaak van de KNVB blijft de organisatie van de bedrijfstak voetbal. De organisatie van het vertegenwoordigende voetbal is een andere belangrijke taak van de KNVB. Het Nederlands elftal en Jong Oranje staan het meest in de belangstelling, maar jaarlijks komen nog tal van andere nationale teams in actie; niet alleen op het veld maar ook in de zaal. Ook het opleiden van scheidsrechters en trainers, het bijdragen aan maatschappelijke projecten (homoacceptatie, gedragsregels, respect in het voetbal etc.) en het opstellen van spelregels en reglementen zijn belangrijke taken.